Skip to main content
TECH_SCIENCE01 / 05 · verhaal van de dag3 min · 787 woorden · 34 bronnen

Oceanen van 21.07°C joegen zomerrecord aan

✦
Geschreven door AIto brief AI · 11 september 2026, 02:50
Hoe het werd geschreven

The instruments remain afloat as the climate beneath them changes.

Beeldcompositie · tobrief
de tekst · 3 min lezen

In augustus waren de oceanen wereldwijd warmer dan ooit eerder in die maand gemeten. Tussen 60° zuiderbreedte en 60° noorderbreedte bedroeg de gemiddelde oppervlaktetemperatuur 21,07°C. Daarmee evenaarde augustus het record van maart 2024 en lag de temperatuur 0,09°C boven de vorige zomerpiek van augustus 2023, blijkt uit cijfers van Copernicus. De gemiddelde luchttemperatuur aan het aardoppervlak kwam uit op 16,96°C, naar schatting 1,65°C boven het pre-industriële gemiddelde van 1850–1900. Samen met juli 2023 was dit volgens ERA5 de warmste kalendermaand in de meetreeks. Deze Europese heranalyse combineert waarnemingen van satellieten, weerballonnen, vliegtuigen en meetstations met een weermodel tot één consistente mondiale reeks.

Eén maand met een opwarming van meer dan 1,5°C betekent overigens niet dat de grens uit het Klimaatakkoord van Parijs is overschreden. Die heeft betrekking op een gemiddelde over tientallen jaren, niet op het weer in één seizoen. Augustus was echter geen losse uitschieter, maar het sluitstuk van een zomer waarin West-Europa meerdere records verbrak.

Waarom de hitte zichzelf versterkte

Voor het gebied van Portugal tot de Alpen mat Copernicus over juni, juli en augustus het hoogste zomergemiddelde ooit, hoger dan in 2003. Voor Europa als geheel bleef de afwijking kleiner: augustus was er de op drie na warmste en de zomer de op twee na warmste, na 2024 en 2022. West-Europa onderscheidde zich vooral door de duur van de hitte. Hogedrukgebieden bleven er maandenlang rond dezelfde breedtegraden hangen.

Bij zo'n blokkade daalt de lucht, waardoor wolkenvorming en regen worden onderdrukt en de zon de bodem dag na dag kan opwarmen. Zodra die bodem uitdroogt, verdwijnt het natuurlijke koelingsmechanisme van het land. Er verdampt immers minder water, zodat een groter deel van de zonnestraling rechtstreeks wordt omgezet in warmte. Deze terugkoppeling is binnen de klimaatwetenschap goed gedocumenteerd (Seneviratne et al.).

In delen van het Iberisch Schiereiland, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Hongarije registreerde Copernicus in juli een recordlaag bodemvochtgehalte. De combinatie van door de mens veroorzaakte opwarming, een hardnekkige atmosferische blokkade en uitzonderlijk droge bodems maakt hitte-extremen heviger. Hoe groot de bijdrage van elk van die factoren aan de temperaturen van 2026 precies was, is nog niet onderzocht. Eind augustus viel wel enige regen, maar plaatselijke stortbuien konden het in drie maanden opgebouwde tekort niet wegwerken.

Een zomer van aanhoudende hitte

Frankrijk biedt het duidelijkste nationale voorbeeld. Météo-France kwam uit op een gemiddelde zomertemperatuur van 24,0°C, liefst 3,6°C boven het gemiddelde van 1991–2020 en de hoogste waarde sinds het begin van de metingen in 1900. Het vorige record van 23,1°C uit 2003 werd met 0,9°C gebroken, een opvallend groot verschil voor een landelijk gemiddelde over drie maanden. Drie afzonderlijke hittegolven besloegen tussen half juni en eind augustus samen 53 dagen, tegenover 33 dagen in 2022. Op de meetstations werd 178 keer de grens van 40°C overschreden, tweemaal zo vaak als in 2003. Tegelijk viel ongeveer 40% minder zomerregen dan normaal (Météo-France).

Bij deze cijfers worden twee verschillende referentieperiodes gebruikt. De afwijking van 3,6°C is berekend ten opzichte van het recente klimaatgemiddelde over 1991–2020. Volgens een modelmatige attributieschatting van Météo-France lag de zomer ongeveer 5,0°C boven het pre-industriële niveau. Daarvan was circa 2,4°C toe te schrijven aan door de mens veroorzaakte klimaatverandering, met een bandbreedte van 1,8°C tot 3,0°C. CNRM-klimatoloog Aurélien Ribes vat de verschuiving treffend samen: in absolute zin was 2026 warmer, maar binnen het inmiddels opgewarmde klimaat was de zomer minder uitzonderlijk dan die van 2003 destijds. Het uitgangsniveau ligt inmiddels hoger.

Spanje beleefde met gemiddeld 24,5°C de warmste zomer sinds de meetreeks van AEMET in 1961 begon. Verdeeld over vier hittegolven vielen 61 dagen binnen officieel vastgestelde hitteperiodes (AEMET). Toch eindigde augustus afzonderlijk slechts op de zesde plaats van warmste Spaanse augustusmaanden. Ook daar kwam het zomerrecord dus voort uit aanhoudende warmte, niet uit één extreme piek. In Nederland bedroeg het seizoensgemiddelde bij hoofdstation De Bilt 19,3°C, de hoogste waarde sinds 1901. Door de vrijwel regenloze juli behoorde de totale neerslagsom tot de laagste 5% van alle jaren.

Wat de hitte achterliet

Zoals we in juli meldden, hadden natuurbranden in Frankrijk en Spanje toen al geleid tot evacuaties en de inzet van het Europese mechanisme voor civiele bescherming. Volgens een voorlopige Spaanse telling was tot half augustus 254.730 hectare afgebrand. Dat was wel 13,8% minder dan op hetzelfde moment in 2025. Hitte en droogte scheppen de brandbare omstandigheden; ontsteking, wind en bestrijding bepalen vervolgens de schade.

Onafhankelijke mondiale meetreeksen van NASA, NOAA en Berkeley Earth hebben hun cijfers over augustus nog niet gepubliceerd. Ook kan de vrijwel direct berekende ERA5-uitkomst nog worden bijgesteld. Het beschikbare bewijs wijst niettemin op een zomer waarin door de mens veroorzaakte opwarming, atmosferische blokkades en uitdrogende bodems elkaar versterkten. Juist die combinatie heeft het IPCC aangewezen als de belangrijkste oorzaak van de toenemende hitte-extremen boven land. West-Europa liet in 2026 zien wat er gebeurt wanneer dit patroon drie maanden blijft vastzitten.

Details about this article
Model:
claude-opus-4-6
Generated:
9/11/2026, 1:46:56 AM
Pipeline run:
eu_pipeline_20260911_005007
Watermark:
SynthID (Google's invisible watermark)
Human review:
None before publication
Learn more about our methodology →