Bulgarije wil Russische raffinaderij kopen terwijl Hormuz-conflict Europese brandstof raakt

Strategic energy assets remain wrapped in legal limbo as Europe improvises its divorce from Russia.
Beeldcompositie · tobriefBegin mei steeg Brentolie naar $ 114 per vat, het hoogste niveau sinds 2022, nadat het conflict rond de Straat van Hormuz ongeveer een vijfde van de mondiale olieaanvoer afkneep (CNBC, IEA). Sindsdien schommelt de prijs rond $ 106-108, geholpen door broze diplomatie tussen de Verenigde Staten en Iran (Euronews). Voor de meeste Europese landen is dure olie vooral pijnlijk. Voor de paar EU-landen die nog vastzitten aan Russische raffinaderijen legt de prijsstijging iets diepers bloot: vier jaar na de invasie van Oekraïne heeft Europa nog altijd geen gezamenlijk plan voor deze bezittingen.
De Bulgaarse gok
In Bulgarije is het probleem het scherpst. De Lukoil-raffinaderij in Burgas, die het Russische concern in 1999 kocht, bedient ongeveer 80-90% van de Bulgaarse brandstofmarkt (Novinite). Toen de Verenigde Staten eind 2025 sancties tegen Lukoil instelden, nam Bulgarije noodwetgeving aan waarmee de raffinaderij onder een door de staat benoemde beheerder kwam te staan (The Moscow Times). Die beheerder, Rumen Spetsov, stelde op 17 mei voor dat de Bulgaarse staat de raffinaderij volledig koopt. Hij noemde dat een "historische kans".
De aankoopprijs is onbekend, maar de juridische rekening ligt al op tafel. Lukoils Zwitserse handelsdochter Litasco heeft een arbitragezaak van ongeveer € 3 miljard tegen Bulgarije aangespannen, omdat de staatsingreep volgens het bedrijf neerkomt op onteigening (Dnes.bg). Die claim blijft boven Bulgarije hangen, ongeacht wie uiteindelijk eigenaar wordt van de raffinaderij. Intussen stegen de benzineprijzen in twee maanden met 20%, van € 1,25 naar € 1,50 per liter (Sofia Globe). De schok rond Hormuz verklaart een deel daarvan. Maar een monopolistische leverancier zonder binnenlandse concurrentie heeft weinig reden om kosten zelf op te vangen.
Vier modellen, geen coördinatie
Elke EU-lidstaat met een Russische raffinaderij heeft zijn eigen uitweg geïmproviseerd. Geen land koos hetzelfde model.
Italië rondde als enige een volledige overdracht af. De ISAB-raffinaderij in Priolo op Sicilië, Europa’s grootste raffinaderij op één locatie, ging in 2023 van Lukoil naar een in Cyprus geregistreerd fonds, GOI Energy, en vervolgens in mei 2026 naar het Italiaanse Ludoil. Rome gebruikte zijn Golden Power-wet, die de regering vetorechten geeft bij transacties in strategische sectoren, om het proces te sturen zonder formeel te nationaliseren. De omschakeling van Russische Oeralolie naar olie uit twintig verschillende leverancierslanden leverde in 2024 € 333 miljoen verlies op. Lukoil eist bovendien nog € 150 miljoen schadevergoeding via Italiaanse rechtbanken.
Duitsland koos voor permanent beheer. Het meerderheidsbelang van Rosneft in de PCK Schwedt-raffinaderij, die ongeveer 90% van de Berlijnse brandstof levert, staat sinds 2022 onder federale controle. In februari 2026 verplaatste Berlijn de juridische basis naar de wet op de buitenlandse handel, waardoor de constructie voor onbepaalde tijd kan blijven bestaan. Minister van Economische Zaken Katherina Reiche wees nationalisatie expliciet af, omdat dit private investeerders in de energiesector zou afschrikken. Toen Rusland op 1 mei de doorvoer van Kazachse olie via de Droezjba-pijpleiding afsneed, daalde de capaciteit van Schwedt naar 80%, de grens waaronder de raffinaderij verliesgevend wordt. Rosneft blijft formeel eigenaar, in een juridisch niemandsland waar niemand veel aan heeft.
Roemenië koos een lichtere aanpak. Petrotel-Lukoil in Ploiești werd in februari 2026 onder "uitgebreid staatstoezicht" geplaatst. Het eigendom bleef intact, terwijl de regering de bedrijfsvoering controleert. Tegelijkertijd riep Roemenië een crisis op de brandstofmarkt uit, met maximum marges voor handelaren en een verlaging van de dieselaccijns met 30 bani per liter tot en met juni.
Hongarije ging precies de andere kant op. De afhankelijkheid van Russische olie steeg van 65% naar 90% tussen 2022 en 2025. Toen de Droezjba-pijpleiding in januari werd verstoord, sprak Hongarije zijn strategische reserves zo snel aan dat het aantal voorraaddagen in één maand daalde van 91 naar 44. De nieuwe regering van Magyar Péter, die campagne voerde met de belofte de Russische banden door te snijden, mikt nu op 2035 voor volledige diversificatie. Dat is acht jaar na de eigen EU-doelstelling van 2027.
Wie betaalt voor het ontbreken van een plan
EU-sancties bepalen wat lidstaten niet mogen invoeren, maar het eigendom van raffinaderijen zelf wordt behandeld als een nationale kwestie. Het twintigste sanctiepakket van de EU in april 2026 richtte zich op Russische energie-inkomsten en de schaduwvloot, maar bevatte geen mechanisme voor gecoördineerde verkoop of ontvlechting. Elk land draagt de juridische en financiële risico’s alleen. Rusland kan bovendien land voor land terugslaan, zoals de afsluiting van de Droezjba-route liet zien.
Een oliecrisis rond de Straat van Hormuz, ver weg van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne die de ontvlechting in gang zette, kan Brussel alsnog dwingen een gemeenschappelijk kader te bouwen. De ECFR heeft voorgesteld om Amerikaanse sancties te gebruiken als hefboom voor Europese besluiten. Die aanbeveling zegt overigens meer over de institutionele slagkracht van de EU dan de auteurs waarschijnlijk bedoelden. Vier jaar na de invasie bestaat Europa’s vertrek uit Russische raffinage nog steeds uit nationale improvisaties, elk met een eigen prijskaartje. De Hormuz-schok heeft die prijskaartjes alleen minder makkelijk te negeren gemaakt.
How was this article?
Help us get better
Help us get better
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 5/17/2026, 8:45:08 PM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260517_191030
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication