Kroatië wil EU-politiedata dichten

Criminal networks exploit the gaps between fragmented data systems at Europe's major seaports.
Beeldcompositie · tobriefIn Antwerpen konden criminelen jarenlang containers met cocaïne wegsluizen door een pincode te kapen. Een havenmedewerker, een corrupte schakel in de logistiek, een zescijferige code: meer was soms niet nodig om cocaïne uit een van Europa’s drukste havens te laten verdwijnen, verstopt in een legale lading. De Belgische douane en de haven van Antwerpen-Brugge vervingen dat systeem uiteindelijk door een beveiligd digitaal vrijgaveproces. Maar het echte probleem zat nooit alleen in de beveiliging van één haven. Douane, politie, havenbedrijven en Europol hadden elk een deel van het beeld, terwijl de wet hun niet snel genoeg ruimte gaf om die stukken bij elkaar te leggen.
De Kroatische minister van Binnenlandse Zaken Davor Bozinovic zet Europa nu onder druk om precies dat praktische gat te dichten. Bozinovic wil dat lidstaten meer gegevens invoeren in Europol- en Schengensystemen, en dat zij grenssystemen zoals het Entry/Exit System, dat registreert wanneer reizigers van buiten de EU de buitengrens passeren, en ETIAS, de voorafgaande screening voor visumvrije reizigers, volledig benutten (Avaz). Hij pleit dus niet voor een nieuwe Europese politiedatabase. Hij wil dat regeringen de bestaande systemen steviger gebruiken. Een gepubliceerd wetsvoorstel ligt er overigens niet.
Wat Antwerpen laat zien
België maakt het probleem tastbaar. Europol waarschuwt al langer dat criminele netwerken grote Europese zeehavens binnendringen via corrupte werknemers en logistieke tussenpersonen. Zij richten zich niet in de eerste plaats op de lading zelf, maar op mensen en toegangspunten. Belgische autoriteiten namen vorig jaar naar verluidt 55 ton cocaïne in beslag, terwijl functionarissen erkennen dat grotere hoeveelheden onopgemerkt passeren (Brussels Times). De Belgische douane zegt dat de vangsten in Antwerpen in de eerste helft van 2026 met bijna 70% zijn gedaald, maar dat meet wat wordt onderschept, niet wat erdoorheen komt (21News).
De Europese Havenalliantie, in januari 2024 opgezet als publiek-private samenwerking tussen lidstaten, havenbedrijven en EU-agentschappen, is het belangrijkste antwoord van de Commissie (European Commission, Council of the EU). De redenering is eenvoudig: als strengere controles in Antwerpen smokkelaars naar Rotterdam of Piraeus duwen, leveren nationale oplossingen vooral verplaatsing op, geen veiligheid. Zwitserland sloot zich om dezelfde reden aan bij de alliantie. Drugslogistiek stopt immers niet bij de EU-grens (Tio.ch).
De machines bestaan. Nationale regeringen houden de sleutels.
Europa beschikt al over politie- en grensdatabanken die een groot deel kunnen doen van wat Bozinovic vraagt. Het Schengeninformatiesysteem (SIS) is een realtime waarschuwingsnetwerk voor gezochte personen en objecten. Prüm II laat nationale politiediensten automatisch zoeken in DNA-, vingerafdruk- en gezichtsbeeldbestanden van andere lidstaten, waarbij details pas na een match worden vrijgegeven (Prüm II Regulation). Europol analyseert en coördineert, maar kan nationale korpsen niet aansturen (Europol Regulation).
Technisch kunnen deze systemen al met elkaar communiceren. Juridisch is dat iets anders. Voor elk systeem ligt vast wie de gegevens mag gebruiken en waarvoor. Een grensdatabank kan niet zomaar veranderen in een algemeen politienet (Interoperability Regulation).
Het knelpunt is dus niet het ontbreken van technologie. Nationale politie-, douane- en grensdiensten bepalen wat zij in deze systemen zetten, hoe snel zij dat doen en hoe volledig. Bozinovic richt zijn druk in feite op de ruimte tussen wat de systemen kunnen en wat regeringen er daadwerkelijk in stoppen.
Duitsland laat zien waarom "meer delen" vastloopt
Duitsland laat zien waarom het dichten van dat gat lastiger is dan het klinkt. Berlijn werkt aan een hervorming van de federale politie die AI-ondersteunde realtime gezichtsherkenning mogelijk moet maken op treinstations, luchthavens en in grensgebieden (DW). Duitse digitale-rechtenorganisaties koppelen die plannen aan eerdere constitutionele procedures, waarin rechters brede bevoegdheden voor het samenvoegen van politiedata disproportioneel vonden (Digitalrechte). De Europese AI-verordening staat realtime biometrische identificatie in de openbare ruimte alleen toe onder smalle uitzonderingen voor opsporing (AI Act). Ruime nationale toepassingen kunnen daardoor al snel bij de rechter belanden (T-Online).
Het Duitse bezwaar richt zich niet tegen Europol of SIS als zodanig. Het gaat om de nationale politiebestanden en surveillancemiddelen die Europese systemen voeden. Wanneer regeringen binnenlands biometrisch vergelijken en AI-analyse uitbreiden, en die uitkomsten vervolgens koppelen aan grensoverschrijdende samenwerkingskanalen, komen de waarborgen rond polit macht onder spanning te staan.
Door dit hele debat loopt één opvallende afwezigheid: bijna niemand spreekt publiek namens de mensen wier gegevens deze systemen voeden. Havenarbeiders die te maken krijgen met veiligheidschecks, reizigers die in entry/exitbestanden worden geregistreerd, verdachten die door automatische matching worden gemarkeerd: in de architectuur verschijnen zij als data-invoer, niet als deelnemers aan het gesprek over bestuur en controle.
Bozinovic heeft gelijk dat criminele netwerken grenzen sneller oversteken dan politiediensten informatie delen. De ervaring in de Belgische havens laat zien wat versnippering kost. Maar het Duitse constitutionele debat laat iets even belangrijks zien: Europa’s probleem is niet meer alleen hoeveel politiedata de grens over gaat. De vraag is wie de waarborgen bewaakt zodra die gegevens sneller beginnen te bewegen.
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 7/17/2026, 11:15:44 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260717_090439
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication