Skip to main content
EU_ECONOMICS15 / 18 · verhaal van de dag3 min · 772 woorden · 15 bronnen

Cyprus opent data over winstbelasting

Geschreven door AIto brief AI · 10 juli 2026, 02:50
Hoe het werd geschreven

A new structural floor is established as corporate data becomes visible across borders.

Beeldcompositie · tobrief
de tekst · 3 min lezen

Het Cypriotische parlement heeft unaniem ingestemd met een wet die de belastingdienst toestaat automatisch gegevens over de winstbelasting te delen met alle andere EU-landen (Stockwatch). Cyprus zet daarmee DAC9 om, de EU-richtlijn die de gegevensuitwisseling regelt rond de wereldwijde minimumbelasting voor bedrijven. Op zichzelf is dat een rapportageregel. Maar de wet valt in een bredere verschuiving: voor de grootste Europese concernstructuren bepaalt een laag nominaal belastingtarief niet langer de eindafrekening. Steeds belangrijker wordt het systeem dat controleert hoeveel bedrijven werkelijk hebben betaald.

Drie stappen van wereldwijde regel naar nationale belastingdienst

De keten bestaat uit drie schakels. Eerst ontwierp de OESO Pillar 2: een raamwerk dat voorschrijft dat concerns met een jaaromzet van minstens € 750 miljoen overal waar zij actief zijn minimaal 15% effectieve winstbelasting betalen (OECD). "Effectief" is daarbij het sleutelwoord. Niet het tarief in de wet telt, maar wat een bedrijf na aftrekposten, kredieten en vrijstellingen daadwerkelijk afdraagt.

Daarna maakte de EU dat OESO-raamwerk bindend via de richtlijn minimumbelasting, die alle lidstaten moeten toepassen (EUR-Lex). Komt het effectieve tarief van een concern in één land onder 15% uit, dan vult een aanvullende heffing het verschil aan. Het laagbelastende land krijgt eerst de kans om dat ontbrekende bedrag zelf te innen. Doet het dat niet, dan mag het thuisland van het moederbedrijf de heffing opleggen (OECD).

Daar komt DAC9 bij, de richtlijn die Cyprus nu heeft aangenomen. Die richtlijn legt het datakanaal aan. Een multinational dient één gestandaardiseerde aangifte in met zijn structuur, winsten en belastingberekeningen per jurisdictie. Eén belastingdienst ontvangt die aangifte en stuurt de relevante onderdelen door naar andere EU-landen (EUR-Lex, Council of the EU). Zonder die laag ziet elk land vooral zijn eigen stukje. Met DAC9 kunnen belastingdiensten nagaan of een concern in de EU werkelijk aan de ondergrens van 15% komt.

Ierland laat zien hoe het oude model zich aanpast

Ierland laat het scherpst zien wat dit in de praktijk betekent. Dublin heeft zijn winstbelastingtarief van 12,5% niet afgeschaft, maar rekent voor bedrijven die onder Pillar 2 vallen nu wel met een effectieve ondergrens van 15%. Het verschil int Ierland via een eigen nationale bijheffing (Irish Statute Book). De redenering is eenvoudig: als iemand het gat tussen 12,5% en 15% gaat ophalen, dan liever Ierland dan bijvoorbeeld Duitsland.

De eerste Ierse betalingsdeadline onder Pillar 2 verstreek op 30 juni 2026. De opbrengst uit de winstbelasting over het eerste halfjaar kwam uit op ongeveer € 13,7 miljard, 4,7% meer dan een jaar eerder (Irish Times, Deloitte). Uit openbare cijfers blijkt nog niet welk deel daarvan uit de bijheffing komt. Maar het systeem draait inmiddels wel.

Hongarije toont de andere kant. Het nominale tarief van 9% blijft het laagste in de EU (EU Council). Voor kleine binnenlandse bedrijven geldt dat tarief nog steeds. Voor grote multinationals die onder Pillar 2 vallen, biedt dat cijfer niet langer automatisch voordeel, omdat de bijheffing het effectieve tarief hoe dan ook aanvult tot 15% (PwC). In Hongaarse belastingcommentaren wordt de hervorming vooral behandeld als een administratieve last: deadlines, berekeningen en gegevensuitwisseling (Adóvilág).

Voor Nederland ligt het risico elders. Nederlandse vennootschapsstructuren zijn lang gebruikt om royalty's en rentebetalingen via entiteiten met weinig reële activiteit te laten lopen, waardoor belastbare winst uit landen met hogere tarieven werd weggehaald. Pillar 2 verkleint de fiscale besparing van zulke constructies, en DAC9 maakt ze zichtbaar voor belastingdiensten in andere landen (Rijksoverheid). Doorstroomvennootschappen verdwijnen niet van de ene dag op de andere. De prikkel om nieuwe structuren op te zetten wordt wel zwakker.

Wie wint, wie betaalt

Nationale schatkisten winnen op twee manieren. Ze krijgen beter zicht op de manier waarop multinationals hun belastingstructuur inrichten, en landen die een nationale bijheffing invoeren, kunnen inkomsten innen die anders naar een andere jurisdictie zouden gaan. Grote multinationals verliezen een deel van het voordeel van laagbelastende landen, omdat een nominaal tarief van 12,5% of 9% niet meer bepaalt wat zij uiteindelijk verschuldigd zijn. Belastingadviseurs en compliancekantoren krijgen er werk bij: berekeningen van effectieve tarieven en gestandaardiseerde aangiften komen boven op de gewone winstbelasting (Alvarez & Marsal). Kleine en middelgrote ondernemingen onder de grens van € 750 miljoen blijven grotendeels buiten schot (OECD).

De Raad presenteert DAC9 als vereenvoudiging: één aangifte in plaats van meerdere dubbele rapportages (Council of the EU). Of bedrijven dat ook zo ervaren, hangt ervan af of de centrale aangifte lokale verplichtingen vervangt of er vooral bovenop komt. Nominale belastingconcurrentie tussen EU-lidstaten is niet verdwenen. Maar voor bedrijven die groot genoeg zijn om onder Pillar 2 te vallen, verschuift de wedstrijd: welk land kan het compliancesysteem zo organiseren dat het geld int zonder de bedrijven die het wil aantrekken te verpletteren.

How was this article?

Help us get better

Details about this article
Model:
claude-opus-4-6
Generated:
7/10/2026, 2:43:56 AM
Pipeline run:
eu_pipeline_20260710_005006
Watermark:
SynthID (Google's invisible watermark)
Human review:
None before publication
Learn more about our methodology