Skip to main content
EU_ECONOMICS12 / 18 · verhaal van de dag3 min · 694 woorden · 26 bronnen

Deens stroomnet loopt vast

✦
Geschreven door AIto brief AI · 22 juli 2026, 02:50
Hoe het werd geschreven

A Danish power grid trusts in cables while the wind stays silent.

Beeldcompositie · tobrief
de tekst · 3 min lezen

Een grijze, windstille dag boven de Noordzee. Geen wind, geen zon. Denen noemen het een dunkelflaute: een periode waarin wind- en zonneproductie tegelijk wegvallen in een groot gebied. Voor Denemarken, dat een groot deel van zijn binnenlandse reservecapaciteit heeft afgebouwd, betekent zo'n windstilte dat het net stroom moet binnenhalen via zeekabels uit Zweden, Noorwegen en Duitsland (Politiken). In 2025 importeerde Denemarken meer elektriciteit uit buurlanden dan ooit eerder (Portfolio.hu). Die groeiende afhankelijkheid test een aanname die in heel Europa terrein wint: dat grensoverschrijdende kabels de centrales kunnen vervangen die landen zelf sluiten.

Het Deense net raakt vol

Het weer is pas het eerste probleem. Energinet, de Deense netbeheerder, zegt dat datacenters, waterstoffabrieken en batterijprojecten netaansluitingen hebben aangevraagd voor samen ongeveer 60 GW. Dat is grofweg acht keer de huidige piekvraag van het land (Energinet). Een groot deel daarvan is speculatief: bedrijven melden zich vroeg, en veel projecten zullen nooit worden gebouwd. Maar zelfs een fractie ervan zou een net belasten dat nu al achterloopt. Energinet neemt geen nieuwe aansluitverzoeken meer aan op transmissieniveau.

Aan de vraagkant laat stadsverwarming zien waar de druk zit. Ongeveer een kwart van de Deense stadsverwarmingsbedrijven meldt vertraagde netaansluitingen of minder capaciteit dan gevraagd. Brancheorganisatie Dansk Fjernvarme verwacht dat het elektriciteitsaandeel in stadsverwarming stijgt van ongeveer 10% nu naar 45% in 2035 (Via Ritzau). Meer elektrische vraag, minder binnenlandse centrales, hetzelfde krappe net.

Wie stroom verkoopt, en wie ervoor betaalt

De Europese elektriciteitsmarkt stuurt stroom via grensverbindingen van goedkopere naar duurdere gebieden, totdat die verbindingen vol zitten (European Commission). Dat werkt zolang tekorten lokaal zijn. Het werkt niet als iedereen tegelijk tekortkomt.

Frankrijk laat zien wat er gebeurt als een land schakelbaar vermogen behoudt. In de eerste helft van 2026 exporteerde Frankrijk netto 51 TWh. Producenten verdienden daarmee ongeveer €3 miljard, terwijl netbeheerder RTE circa €1,3 miljard aan inkomsten uit kabelgebruik boekte (Le Figaro). Frankrijk verkocht gemiddeld voor ongeveer €61,9/MWh. Importerende landen betaalden bijna het dubbele, rond €111,6/MWh (Les Énergies Renouvelables). Kernenergie stelt Frankrijk in staat op afroep te produceren en juist te verdienen wanneer buurlanden krap zitten.

Toch stijgen de Franse huishoudtarieven op 1 augustus met 2,5% voor ongeveer 19,37 miljoen huishoudens (Challenges). Netten en reservecapaciteit kosten immers geld, ongeacht de groothandelsprijs. In dezelfde zes maanden noteerden de Franse groothandelsmarkten 407 uur met negatieve prijzen: momenten waarop overtollige stroom nergens rendabel heen kon, terwijl de infrastructuurrekening gewoon verder opliep.

Zweden laat een andere verdeling zien. Het Zweedse net is opgedeeld in prijszones, waardoor zuidelijke regio's dicht bij Denemarken hogere groothandelsprijzen krijgen wanneer Deense vraag stroom over de grens trekt (GP). Zweedse producenten verdienen aan verkoop in een krappe Deense markt. Zweedse huishoudens in dezelfde zones betalen meer. Het Deense eiland Bornholm krijgt slechts 35 MW gegarandeerde import uit Zweden, ruim onder de technische capaciteit van de kabel, omdat de belasting van het Zuid-Zweedse net begrenst wat kan worden toegezegd (Bornholm.nu).

Duitsland koopt intussen zijn eigen verzekering. De Bundesnetzagentur, de Duitse energietoezichthouder, houdt voor de winter van 2026/27 7.407 MW netreserve achter de hand: centrales die buiten de normale markt staan en alleen in noodgevallen worden ingeschakeld (Bundesnetzagentur). In mei 2026 nam Berlijn een wet voor een capaciteitsmarkt aan, die centrales en batterijen betaalt om beschikbaar te blijven, ook als ze zelden draaien. Dat is precies de reserve die Denemarken niet heeft willen aanhouden.

Finland onderstreept het fysieke risico. Toen een van de twee zeekabels naar Estland wegens reparaties uitviel, schoten de prijzen omhoog en werd het aanbod onmiddellijk krapper (Grivolt). Een kabel kan worden doorgesneden, vol raken of juist op het slechtste moment in onderhoud zijn.

ENTSO-E, de organisatie die de Europese netbeheerders coördineert, voert continentale stresstests uit om te beoordelen of landen tijdens krappe periodes genoeg stroom hebben, omdat grensoverschrijdende hulp voorwaardelijk is en niet automatisch beschikbaar komt (ENTSO-E, ACER). Denemarken maakt de afspraak onder het groene Europese stroomnet zichtbaar: kabels drukken in normale tijden de kosten, maar ze garanderen geen stroom wanneer de wind in een hele regio wegvalt. Landen die schakelbare centrales hebben behouden, bepalen dan de prijs. Landen die op de kabels vertrouwden, betalen juist in de moeilijkste uren meer.

Details about this article
Model:
claude-opus-4-6
Generated:
7/22/2026, 2:45:19 AM
Pipeline run:
eu_pipeline_20260722_005006
Watermark:
SynthID (Google's invisible watermark)
Human review:
None before publication
Learn more about our methodology →