Skip to main content
EU_ECONOMICS04 / 05 · verhaal van de dag3 min · 648 woorden · 38 bronnen

Denemarken zet miljarden achter wind

✦
Geschreven door AIto brief AI · 5 augustus 2026, 02:50
Hoe het werd geschreven

Denmark moves offshore wind risk from the sea to the state.

Beeldcompositie · tobrief
de tekst · 3 min lezen

In december 2024 leverde de eerste Deense aanbesteding voor drie nieuwe offshorewindgebieden geen enkel bod op. Ontwikkelaars bekeken de voorwaarden: bouwen op de Noordzee, stroom verkopen tegen de prijs die de markt op dat moment biedt, en alle risico's zelf dragen. Ze haakten af. Achttien maanden later won het Zweedse staatsbedrijf Vattenfall contracten voor twee van die gebieden, samen goed voor minimaal 1,8 gigawatt, met stroomproductie naar verwachting eind 2032 (KEFM, Windtech International). Denemarken vond geen ontwikkelaars met meer lef. Het verlegde het prijsrisico.

Wat de staat op zich neemt

Het mislukte model vroeg ontwikkelaars om stroom tegen marktprijzen te verkopen, met volledige blootstelling aan schommelingen op de groothandelsmarkt, decennialang. Offshorewind vergt vooraf miljardeninvesteringen, maar is goedkoop zodra de parken draaien. De businesscase hangt dus af van de stroomprijs over twintig of dertig jaar, en van de rente die banken rekenen voor de bouwfinanciering (IEA, IRENA). Zonder zekere inkomsten verstrekt geen bank zo'n lening. De projecten waren daarmee al mislukt voordat ze begonnen.

De Deense oplossing is een tweezijdig Contract for Difference. De staat stelt een zogenoemde strike price vast: een gegarandeerde prijs per megawattuur elektriciteit. Zakt de marktprijs daaronder, dan betaalt de staat het verschil aan de ontwikkelaar. Stijgt de marktprijs erboven, dan betaalt de ontwikkelaar het overschot terug (Low Carbon Contracts Company). Voor de ontwikkelaar ontstaat voorspelbare omzet waar banken op kunnen financieren. Voor de staat ontstaan windparken.

Vattenfall won Nordsøen Midt tegen 504 Deense kroon per megawattuur en Hesselø tegen 542 DKK/MWh, beide met contracten voor twintig jaar (KEFM, Baird Maritime). Daarmee keerde de concurrentie terug: Nordsøen Midt kreeg twee biedingen, Hesselø vijf (Ocean Energy Resources, BT).

Belastingbetaler, ontwikkelaar, bank

De gezamenlijke publieke steun is gemaximeerd op 37,6 miljard kroon (Politiken, Danish Energy Agency via Ritzau). Dat is een plafond, geen factuur. Belastingbetalers betalen alleen wanneer de groothandelsprijs tijdens de looptijd van het contract onder de strike price ligt. Blijft de marktprijs erboven, dan betaalt Vattenfall juist terug aan de staat. Blijft de prijs jarenlang laag, dan loopt het verschil op richting dat maximum.

De directe winnaars zijn Vattenfall en zijn financiers. Een stabiele inkomstenbodem voor twintig jaar verandert een speculatieve investering in voorspelbare kasstromen waar banken wel geld voor vrijmaken. In Zweden werd de gunning dan ook vooral behandeld als een commerciële overwinning, niet als een politieke discussie over staatsrisico (DN). Deense consumenten profiteren pas als de projecten daadwerkelijk op het net worden aangesloten en genoeg extra aanbod leveren om groothandelsprijzen te drukken of duurdere reservecapaciteit te vervangen.

Die aansluiting is overigens geen detail. De Deense netwachtrij is opgelopen tot 60 GW aan grotendeels speculatieve aansluitverzoeken, waardoor netbeheerder Energinet nieuwe transmissieovereenkomsten heeft bevroren (To Brief). Turbines zonder netaansluiting leveren niets op.

Het patroon is Europees. In de vijfde Britse Contract for Difference-ronde kreeg offshorewind geen enkele toewijzing; de zesde ronde slaagde pas nadat de regering de strike prices had verhoogd (UK AR5, AR6). Nederland organiseerde aanbestedingen die als "subsidievrij" werden gepresenteerd, maar de staat bereidde de locaties voor en netbeheerder TenneT bouwde de offshoreplatforms en kabels op publieke kosten (TenneT). Zodra de staat meer prijsrisico absorbeert, bieden ontwikkelaars wel. De echte vraag is hoeveel publiek geld daarvoor nodig is, en wat het precies koopt.

De turbinekeuze die Denemarken nog niet heeft gemaakt

Vattenfall heeft voor geen van beide projecten al een turbineleverancier genoemd (Voice of Renewables). Die keuze is politiek en industrieel beladen. Chinese onshoreturbines zijn op exportmarkten 20 tot 40 procent goedkoper, volgens een Rystad-raming die Reuters aanhaalt (Folha/Reuters). EU-recht verbiedt Chinese apparatuur niet, maar de Net-Zero Industry Act geeft overheden ruimte om leveringszekerheid en lokale industriële capaciteit mee te wegen, niet alleen de laagste prijs (NZIA).

Denemarken heeft offshorewind weer financierbaar gemaakt door de staat achter het prijsrisico te zetten. Of dat publieke geld ook Europese industriële capaciteit opbouwt, of vooral naar de goedkoopste mondiale leverancier stroomt, is de volgende keuze. Die maakt Denemarken bovendien niet alleen.

Details about this article
Model:
claude-opus-4-6
Generated:
8/5/2026, 2:06:30 AM
Pipeline run:
eu_pipeline_20260805_005005
Watermark:
SynthID (Google's invisible watermark)
Human review:
None before publication
Learn more about our methodology →