Digitale euro moet Visa en Mastercard terugdringen

Europe attempts to forge its own digital infrastructure, turning private transactions into public utility.
Beeldcompositie · tobriefEuropa is bij digitaal betalen strategisch afhankelijk geworden. Ongeveer twee derde van alle kaarttransacties in de eurozone loopt via Visa en Mastercard (ECB, Journal of Competition Law & Economics). Dertien van de 21 eurolanden hebben geen binnenlands kaartsysteem dat aan de kassa werkt (Bundesbank). Op 23 juni stemde de economische commissie van het Europees Parlement ermee in de verordening voor de digitale euro door te zetten naar een plenaire stemming (European Parliament).
De digitale euro moet elektronisch contant geld worden: uitgegeven door de ECB en verspreid via gewone banken. Het is dus geen cryptomunt. Het blijft een euro, altijd één euro waard, met de centrale bank als tegenpartij in plaats van een private onderneming (ECB). Feitelijk wordt het geld in de portemonnee digitaal: publiek geld dat de gebruiker rechtstreeks aanhoudt, geen banktegoed bij een commerciële bank.
Waarom geen alternatief ook geen controle betekent
Visa en Mastercard verwerken betalingen efficiënt. Maar als het betaalverkeer vrijwel volledig over buitenlandse netwerken loopt, heeft Europa maar beperkt grip op de prijs, de technische standaarden en de weerbaarheid van zijn eigen digitale betalingen. Verhogen die netwerken hun tarieven, wijzigen zij hun voorwaarden of vallen zij uit, dan hebben Europese winkeliers en consumenten weinig uitwijkmogelijkheden.
De Duitse girocard laat dat gat goed zien. Binnen Duitsland werkt het systeem, maar bij buitenlandse terminals leunt het alsnog op de infrastructuur van Visa of Mastercard (Bundesbank). Bij grensoverschrijdende kaartbetalingen binnen de eurozone nadert het aandeel van niet-Europese netwerken volgens ECB-functionarissen de 100% (Le Monde). Frankrijk heeft Cartes Bancaires, Italië Bancomat, Nederland iDEAL. Geen van die systemen werkt vanzelfsprekend over de grens, en hun gezamenlijke aandeel krimpt: internationale kaartsystemen groeiden van ongeveer 56% van de kaartbetalingen in de eurozone in 2017 naar circa 61% in 2022 (Journal of Competition Law & Economics).
De digitale euro moet één technische standaard opleveren, zodat elke telefoon, kaart of betaalterminal in de eurozone rechtstreeks betalingen kan verwerken. Daarmee hoeft een transactie niet meer via Amerikaanse netwerken te lopen. In de ontwerptekst van het Parlement moeten de meeste bedrijven die nu al digitale betalingen accepteren ook de digitale euro aannemen. Ook komen er plafonds voor winkeltarieven, de kosten die ondernemers betalen telkens wanneer een klant een kaart aantikt, en moeten basisrekeningen voor gebruikers gratis worden (European Parliament, EU Perspectives).
Banken dreigen goedkope financiering kwijt te raken
Consumenten krijgen een gratis publieke betaaloptie die online en offline werkt. Voor offline transacties bepaalt de parlementstekst dat betaalgegevens op het apparaat blijven, en dus niet langs banken of betaalverwerkers gaan (European Parliament). Winkeliers kunnen profiteren als concurrentie de tarieven drukt: Visa en Mastercard halen nu volgens Le Monde jaarlijks ongeveer € 2 miljard op bij Europese winkeliers aan interchangevergoedingen en schemakosten (Le Monde).
Voor banken ligt het ingewikkelder. Zij zouden de digitale euro verspreiden en de klantrelatie behouden, maar lopen tegelijk het risico deposito's te verliezen. Als mensen geld van gewone bankrekeningen overhevelen naar digitale-europortemonnees, verliezen banken een goedkope financieringsbron die zij nu gebruiken voor kredietverlening. Dat kan de leenkosten in de economie opdrijven.
Hoe groot is dat risico? Volgens Reuters wijzen ECB-simulaties erop dat bij een bezitlimiet van € 3.000 per persoon maximaal € 699 miljard, oftewel 8,2% van de deposito's van huishoudens en bedrijven in de eurozone, uit bankrekeningen kan verdwijnen (Marketscreener/Reuters). Dat is een scenario, geen voorspelling. Het verklaart wel waarom Duitse banken het project een "staatsparallel aanbod" noemen zonder duidelijke toegevoegde waarde (Handelsblatt). Ook over de bouwkosten bestaat discussie: de ECB rekent op € 4 miljard tot € 5,8 miljard over vier jaar; ramingen uit de bankensector lopen op tot € 18 miljard tot € 30 miljard (Marketscreener/Reuters).
De echte test is gebruik
De commissiestemming in het Parlement is één stap. Plenaire goedkeuring, onderhandelingen tussen Parlement en lidstaten en een definitief besluit van de Raad moeten nog volgen. De ECB mikt op proeftransacties vanaf medio 2027 en een mogelijke eerste uitgifte in 2029 (ECB, EUNews).
De moeilijkere vraag is of iemand de digitale euro straks gebruikt. Een betaalnetwerk waar niemand geld doorheen stuurt, levert vooral soevereiniteit op papier op. Gebruik per land, de werkelijke kosten voor winkeliers na integratie, en de vraag of banken het product actief aanbieden of stilletjes wegstoppen, zullen zwaarder wegen dan de tekst van de verordening. Europa heeft zijn afhankelijkheid scherp in beeld. Of het de betaalgewoonte ook kan veranderen, blijft voorlopig open.
How was this article?
Help us get better
Help us get better
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 6/25/2026, 3:25:31 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260625_015006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication