Hoge Raad weegt Shells 45%-klimaatplicht

European courts confirm a legal duty to the climate, but binding targets remain elusive.
Beeldcompositie · tobriefDe Hoge Raad hoorde op 22 mei de pleidooien in Milieudefensie tegen Shell, de zaak die kan bepalen of rechters in Europa een bedrijf mogen verplichten zijn CO₂-uitstoot met een exact percentage te verlagen. In vijf Europese rechtsstelsels hebben rechters inmiddels erkend dat fossiele bedrijven een juridische plicht hebben om iets te doen aan klimaatverandering. Geen van hen heeft die plicht al omgezet in een afdwingbaar reductiedoel.
Het bevel waarmee het begon
In 2021 verplichtte de rechtbank in Den Haag Shell om zijn wereldwijde CO₂-uitstoot, inclusief de indirecte uitstoot van klanten die Shell-brandstoffen verbranden, met 45% in 2030 te verlagen. De uitspraak steunde op de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm in het Nederlandse burgerlijk recht, artikel 6:162 BW. Nog nooit had een rechter een onderneming zo'n concreet klimaatdoel opgelegd.
In november 2024 vernietigde het gerechtshof dat bevel. Het hof erkende wél dat Shell een klimaatzorgplicht heeft, maar vond dat de wetenschap geen basis biedt om één specifiek reductiepercentage aan één bedrijf toe te rekenen. Als alleen Shell minder olie en gas verkoopt, schuift de productie volgens het hof simpelweg door naar concurrenten. Eind 2026 volgt naar verwachting de conclusie van de advocaat-generaal; de Hoge Raad, die alleen toetst of lagere rechters het recht juist hebben toegepast, doet in begin 2027 uitspraak.
Europese rechters erkennen de plicht, maar stoppen daar
De Nederlandse impasse past in een breder patroon. In Duitsland bevestigde het Oberlandesgericht Hamm in mei 2025 dat energiebedrijf RWE in beginsel aansprakelijk kan zijn voor klimaatschade op duizenden kilometers afstand, om de concrete vordering vervolgens op de feiten af te wijzen. In Frankrijk oordeelt de rechter op 25 juni of TotalEnergies zijn productiestrategie moet afstemmen op het Klimaatakkoord van Parijs, op basis van de Franse zorgplichtwet uit 2017. Die zaak volgde op een proces dat in februari 2026 begon. Ook rechters in Italië en Zwitserland hebben rechtsmacht aangenomen in klimaatzaken tegen bedrijven (Lexxion, Morgan Lewis), zonder concrete bevelen op te leggen.
Rechters aanvaarden dus steeds vaker dat bedrijven een klimaatzorgplicht hebben. Maar zodra die plicht moet worden vertaald naar een exact uitstootdoel, houdt de rechtspraak de hand op de rem.
Die zaken zouden minder zwaar wegen als Europese wetgeving een helder kader bood. De Corporate Sustainability Due Diligence Directive, de Europese zorgplichtwet uit 2024 die grote bedrijven verplicht milieuschade in hun ketens aan te pakken, werd in februari 2026 fors afgezwakt. Het verplichte klimaattransitieplan verdween. De civiele aansprakelijkheidsregels werden geschrapt. Ook werd de reikwijdte beperkt tot bedrijven met meer dan 5.000 werknemers en € 1,5 miljard omzet, waardoor de richtlijn minder dan 1.000 ondernemingen in de EU raakt. Nu de richtlijn is uitgehold, komt de handhaving vrijwel volledig bij nationale rechters terecht.
Wat Shell doet terwijl het procedeert
Shell zegt dat het klimaatverandering serieus neemt en dat rechters de bedrijfsstrategie niet moeten gaan micromanagen. De investeringskeuzes wijzen intussen op andere prioriteiten. In 2024 gaf Shell ongeveer $12,7 miljard uit aan upstream olie en gas, $2,5 miljard aan hernieuwbare energie en $22,5 miljard aan aandeelhoudersuitkeringen. In februari 2026 plaatste de topman publiekelijk vraagtekens bij Shells eigen netto-nulbelofte voor 2050.
Milieudefensie wacht de Hoge Raad overigens niet af. In april 2026 begon de organisatie een nieuwe zaak, dit keer met de eis dat Shell stopt met investeren in nieuwe olie- en gasvelden. Die verschuiving in juridische strategie zegt veel: weg van abstracte uitstootpercentages, direct naar de investeringsbesluiten waar de toekomstige productie al wordt vastgelegd.
Wat nu volgt
De uitspraak over TotalEnergies op 25 juni kan er eerder liggen dan het arrest van de Hoge Raad. Daarmee kan Frankrijk de eerste bindende rechterlijke uitspraak krijgen die bedrijfsproductie rechtstreeks koppelt aan klimaatdoelen. Het LSE Grantham Research Institute telde wereldwijd 226 nieuwe klimaatzaken in 2024, waarbij bedrijven een groeiend deel van de gedaagden vormen. In alle vijf rechtsstelsels staat inmiddels op papier dat ondernemingen een juridische klimaatplicht hebben. Wat die plicht een bedrijf concreet verplicht te doen, heeft nog geen rechter of wetgever vastgelegd.
How was this article?
Help us get better
Help us get better
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 5/23/2026, 3:20:29 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260523_015006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication