Electrolux schrapt 1.719 Italiaanse banen

Thousands of units fill a square where the industrial heart has stopped beating.
Beeldcompositie · tobriefIn Cerreto d'Esi lopen nog voor december de laatste afzuigkappen van de band. Alle 170 werknemers van de Electrolux-fabriek in de heuvels van de Italiaanse regio Marche verliezen hun baan, omdat de productie naar Polen verhuist. Op vijf Italiaanse locaties kondigde het Zweedse concern op 11 mei 1.719 ontslagen aan. Daarmee krimpt het personeelsbestand van 4.500 naar ongeveer 2.800 mensen (Il Fatto Quotidiano, MarketScreener). Enkele weken eerder sloot Electrolux al zijn Hongaarse fabriek in Jászberény, waar nog eens 600 banen verdwenen.
De rest van de sector beweegt dezelfde kant op. Het Duitse BSH, de huishoudapparatentak van Bosch en Siemens, sluit twee fabrieken; 1.400 banen verdwijnen uiterlijk in 2028. Het Turkse Beko sloot vestigingen in Italië, Polen en het Verenigd Koninkrijk. Het Chinese Haier deed de historische Candy-fabriek bij Milaan dicht. De Poolse productie van Samsung zal dit jaar naar verwachting met 30% dalen. De Europese witgoedindustrie, de fabrieken achter wasmachines, koelkasten en ovens, wordt van binnenuit uitgehold.
De kostenkloof valt niet te dichten
De cijfers die Electrolux aan het Italiaanse ministerie van Industrie voorlegde, laten weinig ruimte voor interpretatie. Fabrieksarbeid kost in West-Europa ongeveer € 37 per uur. In Turkije is dat € 9. In China en Thailand € 5. Industriële elektriciteit kost in West-Europa circa € 204 per megawattuur, tegen € 77 in Turkije. Koudgewalst staal, het plaatstaal waaruit onder meer wastrommels worden gemaakt, is in Europa 31% duurder dan het Chinese equivalent (Il Fatto Quotidiano). Het IEA bevestigt het bredere beeld: industriële stroom is in de EU gemiddeld ongeveer twee keer zo duur als in de VS en bijna 50% duurder dan in China.
Ook de markt waarvoor deze fabrieken produceren, krimpt. De Europese verkoop van huishoudapparaten daalde van 90 miljoen stuks in 2020 naar 83 miljoen in 2025 (Quotidiano.net).
Aziatische producenten hebben hun Europese marktaandeel in tien jaar verdubbeld, van 15% naar bijna 30%. Alleen al de Italiaanse productie van huishoudapparaten zakte van 30 miljoen stuks in 2010 naar minder dan 10 miljoen nu (Il Foglio). Minder kopers, meer concurrenten, hogere kosten. Dan wijst de rekensom maar één kant op.
Grote woorden, lege gereedschapskist
De Italiaanse minister van Industrie Adolfo Urso noemde het Electrolux-plan "onaanvaardbaar" en eiste dat het van tafel ging. Drie metaalvakbonden legden acht uur lang het werk neer. Veel meer kan de regering niet doen. Golden Power, het Italiaanse instrument om buitenlandse investeringen te toetsen, is hier niet bruikbaar, omdat er geen eigendomsoverdracht plaatsvindt. Het volgende overleg op het ministerie staat gepland voor 15 juni. Electrolux is vooralsnog niet opgeschoven.
Dezelfde druk tast inmiddels ook de Duitse industriële kern aan. Gesamtmetall, de werkgeversorganisatie in de metaal, voorziet tot 150.000 verloren banen in de metaal- en elektrosector in 2026 alleen. IG Metall, de grootste Duitse industriebond, spreekt van "een structureel gevaar voor onze industriële basis".
Brussel heeft instrumenten, maar ze raken dit probleem nauwelijks. De Clean Industrial Deal, het vlaggenschip van de Europese concurrentieagenda, steunt vooral basissectoren zoals staal, chemie en aluminium. De assemblage van huishoudapparaten staat niet op de lijst. Het nieuwe Duitse gesubsidieerde industriestroomtarief, in april goedgekeurd door de Commissie, levert volgens ramingen minder dan 10% besparing op de totale stroomkosten. Dat is niet genoeg wanneer concurrenten drie tot vier keer minder betalen voor elektriciteit.
Daar komt de douane-unie tussen de EU en Turkije bij, het handelsakkoord waardoor goederen zonder invoerrechten over en weer kunnen. In Turkije gemaakte huishoudapparaten komen de Europese markt binnen tegen nul tarief, terwijl Turkse fabrieken niet dezelfde kosten dragen voor CO2-beprijzing, energieheffingen en arbeidsregels. Arçelik, de Turkse groep die inmiddels Beko controleert, produceert tegen een fractie van de Europese kosten en kan toch vrij leveren.
Polen, inmiddels goed voor 39% van de EU-productie van grote huishoudapparaten, trekt nog altijd investeringen aan. Maar ook daar slinkt het kostenvoordeel snel. De arbeidskosten stegen eind 2025 met 7,7% op jaarbasis, de industriële stroomprijzen behoren tot de hoogste van de EU, en Electrolux verplaatst nu al servicebanen van Krakau naar India (Gazeta.pl).
Brussel pompt miljarden in schone technologie en halfgeleiders. De fabrieken die de apparaten maken in vrijwel elk Europees huishouden verdwijnen intussen stilletjes van het continent. Op de prioriteitenlijst staan ze niet.
How was this article?
Help us get better
Help us get better
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 5/26/2026, 3:27:18 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260526_015006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication