Energiekortingen vervallen bij 3.2% inflatie

The heavy machinery of global energy markets is anchored in the European kitchen.
Beeldcompositie · tobriefEen huishouden in Madrid betaalde deze maand ongeveer € 8 tot € 10 meer voor elektriciteit. Spanje verhoogde op 1 juni de btw op stroom weer van 10% naar 21%, waarmee een noodmaatregel afliep die consumenten sinds de Iran-crisis tegen hogere energieprijzen had beschermd (El Español). Elders in Europa verdwijnen vergelijkbare buffers. In Italië loopt de accijnsverlaging op brandstof op 6 juni af. In Duitsland eindigt de verlaging van de brandstofbelasting op 30 juni. Juist nu vallen die maatregelen weg: de inflatie in de eurozone liep in mei op naar 3,2%, tegen 3,0% in april (Eurostat).
Diensten stuwen de versnelling
De energie-inflatie bewoog tussen april en mei nauwelijks, van 10,8% naar 10,9%. De versnelling zat in diensten: restaurantrekeningen, huren, verzekeringen, kappers. De diensteninflatie steeg van 3,0% naar 3,5% en de kerninflatie, zonder de beweeglijke prijzen van energie en voedsel, liep op van 2,2% naar 2,5% (ECB).
Aan olieprijzen die op wereldmarkten worden bepaald, kunnen centrale banken weinig doen. Diensteninflatie is anders. Die weerspiegelt binnenlandse lonen, huren en bedrijfskosten, precies het terrein waarop rentebeleid hoort te werken. ECB-hoofdeconoom Philip Lane erkende dat "zelfs als de eerste energieschok terugdraait, de tweederonde-effecten nog enige tijd bij ons blijven" (Investing.com).
Wie de rekening draagt
Het gemiddelde van de eurozone maskeert grote verschillen. Litouwen noteerde 5,1% inflatie, aangejaagd door een stijging van de dieselprijs met 39,3%; het land importeert al zijn olie en kent geen brandstofsubsidie (LRT). Duitsland kwam, dankzij de tijdelijke brandstofkorting, uit op 2,6%. Volgens de Bundesbank drukt die subsidie de inflatie op zichzelf al met ongeveer 0,25 procentpunt (Handelsblatt).
Bij de lonen wordt het verschil scherper. Duitse werknemers zagen hun reële loon in het eerste kwartaal van 2026 met 1,8% stijgen, doordat nominale loonsverhogingen van 4,1% de inflatie overtroffen (Destatis). Spaanse werknemers hadden dat voordeel niet: cao-lonen stegen gemiddeld met 2,94%, onder de inflatie, en slechts 30% van de betrokken werknemers heeft automatische compensatie voor de hogere kosten van levensonderhoud (Europa Press). Italië en Griekenland laten hetzelfde patroon zien. Iedere maand dat dit gat blijft bestaan, verdampt er koopkracht.
Regeringen voerden de belastingverlagingen in als noodreactie op de verstoring rond de Straat van Hormuz, die de olieprijs naar ongeveer 105 tot 111 dollar per vat duwde (SEB). De budgettaire rekening was fors. De Europese Commissie schatte de totale toegezegde maatregelen op meer dan € 14,5 miljard, waarvan 72% niet gericht was op specifieke groepen (European Commission). Nu dwingen begrotingen regeringen tot terugtrekking. De Italiaanse minister van Milieu sloot een verlenging van de brandstofaccijnsverlaging uit (Sky TG24, Askanews). Het Spaanse Funcas verwacht dat de inflatie deze zomer 4% kan bereiken als subsidies volledig verdwijnen en olie duur blijft (Funcas).
De gemeten inflatie van mei profiteerde dus nog van deze schilden. De cijfers over juni en juli zullen het verdwijnen ervan meenemen. Dat veroorzaakt wat economen een sprongeffect noemen: een statistische stijging door het einde van kortingen, niet door nieuwe prijsdruk.
Financiële markten rekenen op een kans van 85 tot 91% dat de ECB de depositorente op 11 juni met 0,25 procentpunt verhoogt, naar 2,25% (VT Markets). Zelfs Yannis Stournaras, gouverneur van de Griekse centrale bank en een van de voorzichtigste stemmen in de Raad van Bestuur, noemde een renteverhoging "onvermijdelijk om redenen van geloofwaardigheid" (Bloomberg).
Als een diensteninflatie van 3,5% erop wijst dat lonen achter de energiekosten aan lopen, brengt wachten het risico mee dat hogere prijsverwachtingen zich vastzetten. Tegelijk groeide het bbp van de eurozone in het eerste kwartaal van 2026 met slechts 0,2% (ECB) en staat het consumentenvertrouwen op -19, dicht bij het laagste niveau sinds december 2022 (Trading Economics). Hogere leenkosten raken huishoudens dan aan twee kanten: via duurdere energierekeningen en via hogere hypotheeklasten. De ECB verhoogde eerder de rente tijdens een aanbodschok, onder Jean-Claude Trichet in 2011, en draaide binnen enkele maanden bij toen de schuldencrisis verdiepte. Het afbouwen van subsidies kan de vraag op zichzelf al genoeg drukken. De werknemers in Madrid en Rome die nu koopkracht verliezen, beslissen daar niet over.
How was this article?
Help us get better
Help us get better
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 6/2/2026, 2:20:26 PM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260602_123653
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication