EU negeert falende Albania-hubs

The legal machinery for offshore returns stands waiting in a landscape of zero.
Beeldcompositie · tobriefDe EU werkt aan het eerste juridische kader om uitgeprocedeerde asielzoekers vast te houden in centra buiten de Unie. De voorgestelde Terugkeerverordening ligt nu in triloog, het overleg tussen Commissie, Parlement en Raad waarin EU-wetgeving haar definitieve vorm krijgt. Lidstaten zouden afgewezen aanvragers daarmee kunnen overbrengen naar "terugkeerhubs" in landen buiten de EU. Het enige bestaande voorbeeld, de Italiaanse centra in Albanië, haalde tot dusver ongeveer 1,5% van het eigen streefcijfer.
Twee instrumenten, één richting
De Terugkeerverordening, ingediend in maart 2025, moet de Terugkeerrichtlijn uit 2008 vervangen. Die richtlijn is nu het Europese regelboek voor het uitzetten van mensen zonder verblijfsrecht. De oude richtlijn legde minimumnormen vast, maar liet de uitvoering aan de lidstaten. In de praktijk ontstonden zo 27 verschillende systemen. De nieuwe tekst is een verordening en geldt dus rechtstreeks en op dezelfde manier in alle EU-landen, zonder omzetting in nationale wetgeving (Solidar).
De kern zit in artikel 17. Dat artikel creëert een juridische basis voor detentievoorzieningen op grondgebied buiten de EU (Verfassungsblog). Het Europees Parlement steunde die lijn in maart 2026 met 389 tegen 206 stemmen (Euronews). De triloog liep op 20 mei vast zonder akkoord; de volgende ronde staat gepland voor 1 juni (NAMPA/AFP).
Zes dagen eerder namen alle 46 leden van de Raad van Europa, het mensenrechtenorgaan van het continent en geen EU-instelling, de Verklaring van Chișinău aan. Die verklaring wijzigt het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens niet. Wel zegt zij dat verdragsrechten, waaronder het verbod op foltering en het recht op gezinsleven, uitzettingen niet automatisch moeten blokkeren zodra nationale rechters de risico's hebben beoordeeld (AP, BIICL). De Commissie verwelkomde beide instrumenten als "consistent" met haar migratieagenda (EU Perspectives). De verordening bouwt de operationele infrastructuur. De verklaring haalt alvast druk van de rechterlijke rem die dat systeem kan blokkeren.
Wat Albanië werkelijk laat zien
De Italiaanse detentiecentra in Albanië zijn het enige werkende precedent. Premier Meloni kondigde het protocol in 2023 aan, met als doel 36.000 overplaatsingen per jaar. In april 2026 telde de Italiaanse Nationale Ombudsman, de Garante nazionale, 192 mensen die door de faciliteiten waren gegaan. Daarvan waren er 56 uitgezet (Pagella Politica). Zelfs het eigen regeringscijfer van 536 overplaatsingen komt neer op 1,5% van het jaarlijkse doel. Het budget voor vijf jaar bedraagt ongeveer € 670 miljoen.
De operationele logica is nog zwakker dan die cijfers suggereren. Voor iedere uitzetting vanuit de Albanese centra moet de betrokkene eerst terug naar Italië worden gebracht, omdat rechtstreekse uitzetting vanaf Albanees grondgebied juridisch niet is toegestaan. De hubs verkorten de procedure dus niet. Ze voegen een extra stap toe. Italiaanse rechters blokkeerden het systeem in oktober 2024 omdat het niet verenigbaar was met EU-recht. De regering reageerde met een decreet dat de centra niet langer als plekken voor asielbehandeling definieerde, maar als detentievoorzieningen voor uitzetting. De Albanese minister van Buitenlandse Zaken heeft inmiddels gezegd dat het protocol na 2030 niet wordt verlengd (La Notizia Giornale).
Het echte knelpunt
In de EU wordt slechts ongeveer 28% van de terugkeerbesluiten uitgevoerd. Dat is een record, maar het betekent nog steeds dat zeven op de tien mensen die moeten vertrekken uiteindelijk niet vertrekken (Eurostat). Het knelpunt is diplomatiek: herkomstlanden weigeren hun eigen onderdanen terug te nemen. Frankrijk vaardigde in 2025 ongeveer 156.000 terugkeerbesluiten uit en voerde er minder dan 15.000 uit (Le Figaro). Duitsland zette in het eerste kwartaal van 2026 4.807 mensen uit, 22% minder dan een jaar eerder, terwijl de minister van Binnenlandse Zaken van terugkeerhubs juist een speerpunt heeft gemaakt (Stern).
Geen enkel derde land heeft een overeenkomst getekend om zo'n hub te huisvesten. Frankrijk weigert mee te doen en verwijst naar constitutionele beperkingen. De Franse Senaat concludeerde dat het mechanisme "de procedurele waarborgen dreigt te ondermijnen", terwijl het bovendien het verkeerde probleem aanpakt (French Senate).
Het Hof van Justitie van de EU heeft nog niet geoordeeld of offshoredetentie verenigbaar is met EU-recht. Een conclusie van de advocaat-generaal, een niet-bindend juridisch advies aan het Hof, zette in april de deur in beginsel open. Tegelijk trok hij een scherpe grens tussen de huidige Italiaanse constructie en het bredere hubmodel dat de verordening zou creëren (EU Law Analysis). De uitspraak, later dit jaar verwacht, kan het hele kader alweer beperken voordat er één hub open is.
Het Albanese precedent laat vooral zien hoe juridische machinerie op het verkeerde knelpunt wordt gericht. De echte hindernis blijft dat herkomstlanden moeten meewerken. Daarin is nog geen beweging gekomen.
How was this article?
Help us get better
Help us get better
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 5/21/2026, 4:12:11 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260521_015005
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication