Europa waagt € 2,4 miljard op nieuwe fabriek

Europe’s satellite ambitions now wait inside an unfinished factory.
Beeldcompositie · tobriefHalf augustus was de megafabriek van Aerospacelab in Marcinelle, bij Charleroi in Wallonië, nog in aanbouw. De productie moet er vanaf 2027 beginnen (Kölnische Rundschau). Op 10 september maakte het bedrijf bekend dat het een contract ter waarde van € 2,4 miljard heeft gewonnen voor de bouw van 264 satellieten in een lage baan om de aarde. Ze zijn bestemd voor IRIS², het Europese satellietnetwerk voor beveiligde communicatie tussen overheden (Aerospacelab, Reuters). Daarmee neemt Aerospacelab ongeveer 80% van de satellieten in de lage baan en driekwart van de volledige constellatie voor zijn rekening (European Commission, Aerospacelab). Europa legt zo het grootste deel van de productie bij een start-up waarvan de nieuwe fabriek nog niet heeft laten zien dat zij zulke aantallen aankan.
Wat de fabriek moet bewijzen
Volgens Aerospacelab kan de fabriek in Charleroi na ingebruikname maximaal 500 satellieten per jaar produceren (Kölnische Rundschau). Bewijs dat de fabriek de acceptatietests of kwaliteitscertificering heeft doorstaan, heeft het bedrijf echter niet gepubliceerd. Ook is nog geen mijlpaal voor serieproductie gemeld (Aerospacelab).
De productieketen kent bovendien een tweede afhankelijkheid. Aerospacelab bouwt het satellietplatform: de draagconstructie met energievoorziening, voortstuwing en computersystemen. Thales Alenia Space levert de beveiligde communicatieapparatuur via een afzonderlijke overeenkomst van ongeveer € 500 miljoen (Thales Alenia Space). Vervolgens voegt Aerospacelab beide onderdelen samen en draagt het de voltooide satellieten over aan Eutelsat (European Spaceflight). Komen de systemen van Thales te laat of niet door de vereiste tests, dan staan de integratiestations van Aerospacelab stil, ook als de satellietplatforms wel volgens schema van de band rollen.
Een eerder Duits bericht sprak overigens over ‘maximaal 264’ satellieten met een waarde van ‘ten minste € 1,8 miljard’. Het verschil met de nu bekendgemaakte cijfers laat vooral zien hoeveel van het ondertekende contract nog buiten beeld blijft (Kölnische Rundschau).
Wie koos Aerospacelab en wie kan ingrijpen?
De Europese Commissie koopt de satellieten niet rechtstreeks. Zij verleende een twaalfjarige concessie aan SpaceRISE, een samenwerkingsverband van de satellietexploitanten Eutelsat, SES en Hispasat (European Commission). Binnen deze constructie leidt Eutelsat het onderdeel voor de lage baan. Eutelsat koos Aerospacelab na een procedure waarin mogelijke oplossingen werden besproken voordat de definitieve biedingen binnenkwamen. Nadat Airbus en Thales zich uit de kern van de aanbesteding hadden teruggetrokken, bleef SpaceRISE als enig consortium over. Daardoor stond er minder concurrentiedruk op de voorwaarden (Journal of European Public Policy, European Commission).
Ter vergelijking: Airbus bouwt in Toulouse minstens 66 satellieten uit de eerste productiereeks, die in 2029 gereed moeten zijn (Airbus). Het Duitse OHB zegt daarnaast een contract van bijna € 1 miljard te hebben gekregen voor achttien platforms voor satellieten in een middelhoge baan (OHB). Het aandeel van Aerospacelab is vele malen groter dan beide opdrachten.
Uit de beschikbare berichtgeving blijkt niet wie kan ingrijpen als het deel in de lage baan vertraging oploopt. Zo is onbekend of Eutelsat productiereeksen mag verkleinen, boetes kan opleggen of het leverancierscontract kan beëindigen. Ook de toezichtbevoegdheden van de Commissie binnen de concessie zijn onduidelijk. Oorspronkelijk bedroeg de waarde van de concessie € 10,6 miljard: € 6 miljard uit de EU-begroting, € 550 miljoen via ESA, het European Space Agency dat de ontwikkeling mede beheert, en ruim € 4 miljard van de private exploitanten (ESA). Na de uitbreiding tot in totaal 348 satellieten in augustus 2026 schatte een vakmedium de programmakosten op bijna € 15,6 miljard. De Commissie heeft dat bedrag evenwel niet bevestigd (Advanced Television). Evenmin maakt het contract duidelijk of de exploitanten, de leveranciers of uiteindelijk de EU-begroting opdraaien voor de kosten van vertraging.
De tijd dringt
Volgens EUSPA, het EU-agentschap dat toezicht houdt op de ruimtevaartprogramma’s, staan de eerste lanceringen gepland voor 2029. De satellieten van Aerospacelab moeten vanaf 2030 volgen (EUSPA). De Commissie noemt het regelen van lanceerdiensten echter nog altijd als een toekomstige stap en heeft nog geen aanbieder aangewezen (European Commission).
Met de opdracht krijgt Aerospacelab daadwerkelijk de verantwoordelijkheid voor het grootste deel van de productie. Of het bedrijf kan leveren, moet nog blijken. Aerospacelab moet aantonen dat de fabriek klaar is voor gebruik en langdurig op tempo kan produceren. Eutelsat moet duidelijk maken aan welke acceptatiemijlpalen de fabrikant wordt gehouden. En de Commissie moet uitleggen wie betaalt als de planning uitloopt. Op basis van de nu openbare informatie valt dat immers niet vast te stellen.
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 9/11/2026, 1:47:37 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260911_005007
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication