Europa mist €100 miljard voor stroomnet

A multi-billion euro energy lifeline remains a fragile promise without a binding grid strategy.
Beeldcompositie · tobriefKyriakos Pierrakakis, de Griekse minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep, het overleg waarin de ministers van Financiën van de eurolanden hun economisch beleid afstemmen, waarschuwde vorige week dat nieuwe energie- en inflatiedruk "het grootste directe risico voor de Europese economie" is (Capital.gr). Hij pleitte voor een gezamenlijke Europese energiestrategie, meer interconnectie en een snellere uitrol van hernieuwbare energie. Daarmee benoemt hij wel het symptoom, maar niet de oorzaak: de EU maakt hernieuwbare opwek verplicht, terwijl het stroomnet dat die elektriciteit moet vervoeren in de praktijk optioneel blijft.
Bindende doelen, vrijwillige kabels
Volgens EU-wetgeving moeten lidstaten in 2030 minstens 42,5% van hun energie uit hernieuwbare bronnen halen (European Commission). Dat doel is juridisch bindend; landen die het missen, riskeren een inbreukprocedure. Voor netinfrastructuur bestaat geen vergelijkbare plicht. De onderzoeksdienst van het Europees Parlement stelt dat er geen "centralized EU-level obligation for grid investment" is (EPRS). Elke lidstaat bepaalt dus zelf hoeveel hij in zijn eigen net steekt.
Het gevolg is een Europees knelpunt. Duitsland, Nederland, Finland en Tsjechië lopen tegelijk tegen fysieke capaciteitsgrenzen aan: nieuwe zonneparken, windprojecten en batterijen kunnen niet altijd meer worden aangesloten (Clean Energy Wire). 40% van de distributienetten in de EU is ouder dan 40 jaar (European Commission). Tot 2030 is jaarlijks € 65–100 miljard nodig voor netinvesteringen, zowel in lokale distributienetten als in grensoverschrijdende hoogspanningsverbindingen (IEEFA). Het belangrijkste Europese fonds voor zulke grensoverschrijdende projecten, de Connecting Europe Facility, levert minder dan € 830 miljoen per jaar (CINEA). Dat is minder dan 1% van wat nodig is. De Europese Rekenkamer voegt daar nog een ongemakkelijke vaststelling aan toe: de EU kan niet eens betrouwbaar volgen hoeveel lidstaten werkelijk uitgeven (ECA).
Een test van € 3 miljard
Het project dat Pierrakakis "win-win" noemt, de Great Sea Interconnector (GSI), maakt die financieringsstilstand concreet. Het gaat om een onderzeese kabel van 1.000 megawatt en ongeveer 900 kilometer tussen Kreta en Cyprus. In 2022 werd het project nog geraamd op € 1,57 miljard. Inmiddels kost het ongeveer € 3 miljard, een overschrijding van 90% (Columbia Emerging Markets Review).
Voor Cyprus lost de kabel een geografisch probleem op. Het land is de enige EU-lidstaat zonder aansluiting op het continentale elektriciteitsnet en wekt al zijn stroom lokaal op met ingevoerde brandstof. De elektriciteitsprijs voor niet-huishoudelijke afnemers liep eind 2025 op tot € 24,29 per 100 kWh, het op een na hoogste niveau in de EU, tegen een gemiddelde van € 18,37 (Philenews). De Eurocommissaris voor Energie zei dat de GSI deze prijzen "fundamentally reduce" zou (Politis).
Maar de financiering is nog steeds niet rond. De EU heeft via de CEF € 657 miljoen toegezegd (Euronews). De Europese Investeringsbank onderzoekt een mogelijke lening van € 1 miljard; de uitkomst wordt eind 2026 verwacht. Ongeveer 63% van de resterende kosten zou via de stroomrekening bij Cypriotische verbruikers terechtkomen (Columbia Emerging Markets Review). Kabelproducent Nexans heeft intussen laten weten dat levering niet vóór eind 2029 te verwachten is.
De oplossing die er nog niet is
De Commissie stelde in december 2025 een European Grids Package voor. Dat pakket zou bindende aansluittermijnen invoeren en netbeheerders, de bedrijven die nationale stroomnetten beheren, verplichten om 25% van congestie-inkomsten te reserveren voor nieuwe projecten. Dat zijn de opbrengsten uit vergoedingen die ontstaan wanneer grensoverschrijdende elektriciteitsverbindingen overbelast raken (Florence School of Regulation). In de volgende EU-begrotingscyclus, van 2028 tot 2034, wordt bovendien voorgesteld de financiering voor energie-infrastructuur te vervijfvoudigen tot ongeveer € 30 miljard (GLOBSEC).
Geen van beide maatregelen is aangenomen. Energiewetgeving heeft in Brussel doorgaans twee tot vier jaar nodig om door Raad en Parlement te komen. De kosten waarvoor Pierrakakis waarschuwt, zijn ondertussen al zichtbaar in zijn eigen land: de aardgasprijzen in Athene stegen na de crisis in het Midden-Oosten met 21,3%, waardoor de Griekse inflatie richting 3,7% ging (Euronews, Ot.gr). Die inflatie vreet aan nominale loonstijgingen, de stijging van het loonstrookje voordat prijsstijgingen ervan worden afgetrokken. In Griekenland, waar het loonaandeel in het bbp nog altijd tot de laagste van de EU behoort, duwt zelfs beperkte energie-inflatie huishoudens achteruit. De hernieuwbare doelen zijn vandaag al bindend. De netregels die daarbij horen, liggen nog als voorstel in Brussel.
How was this article?
Help us get better
Help us get better
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 5/25/2026, 3:13:50 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260525_015006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication