Vijf bondgenoten blokkeren Oekraïnenorm

The proposed aid floor remains a small, isolated footing over a widening abyss.
Beeldcompositie · tobriefNAVO-secretaris-generaal Mark Rutte stelde eind april voor dat elke bondgenoot jaarlijks minstens 0,25% van het BBP zou vastleggen voor de militaire verdediging van Oekraïne. Vijf landen hielden dat tegen: het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië, Spanje en Canada. Op 20 mei erkende Rutte dat het plan "will not get unanimity, so it will not work." Daarmee is het voorstel van tafel. Wat overblijft, is een vrij scherp beeld van de breuklijnen binnen het bondgenootschap.
De kloof tussen de oostflank en de luwte
Als alle 32 bondgenoten de ondergrens hadden gehaald, zou de jaarlijkse Oekraïnesteun uitkomen op ongeveer 143 miljard dollar. Dat is bijna drie keer zoveel als de 45 miljard dollar die in 2025 werd geleverd. De landen die het voorstel blokkeerden, zijn grotendeels ook de landen die naar verhouding het minst uitgeven. De totale Franse militaire bijdrage sinds 2022 bedraagt over de hele oorlog gerekend ongeveer 0,3% van het BBP. De Britse toezegging onder Starmer van 3 miljard pond per jaar komt neer op ongeveer 0,1%. Italië zit daar nog onder.
De landen die de ondergrens steunden, halen die al. Estland, Letland, Litouwen, Polen, Nederland, Denemarken en Noorwegen stonden achter het voorstel (The Telegraph, NAVO-transcript, 21 mei). Estland besteedt in totaal 5% van het BBP aan defensie en kwam al jaren voor Rutte met de norm van 0,25%. Polen zit op 4,8%. Deze landen aan de oostflank geven echt geld uit, omdat zij de Russische dreiging als direct inschatten.
In Helsingborg benoemde Rutte die scheefgroei openlijk tijdens de bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken: zes of zeven landen dragen het gewicht. De rest doet dat niet.
Vijf veto's, vijf berekeningen
Frankrijk bouwt aan een eigen veiligheidsarchitectuur. Macrons doctrine van "dissuasion avancée" uit maart 2026 breidt de Franse nucleaire samenwerking uit naar acht bondgenoten, zonder dat Parijs de zeggenschap over inzet uit handen geeft. Frankrijk geeft de voorkeur aan de in april goedgekeurde EU-lening van 90 miljard euro aan Oekraïne, omdat Europese instrumenten Parijs meer invloed geven dan NAVO-afspraken. Het Franse tekort, 5,1% van het BBP en dus ruim boven de Maastrichtnorm, biedt politiek dekking. Tegelijk koos Frankrijk ervoor geen gebruik te maken van de herbewapeningsuitzondering die 17 andere lidstaten wel inzetten om defensie-uitgaven buiten dezelfde begrotingsregels te houden. De beperking is dus selectief.
Het Verenigd Koninkrijk zat in een andere klem. De regering-Starmer versoepelde in dezelfde periode waarin zij de Oekraïnedrempel blokkeerde de sancties op diesel en vliegtuigbrandstof van Russische oorsprong via een General Trade Licence. Die vergunning was een crisismaatregel na de sluiting van de Straat van Hormuz en is formeel voor onbepaalde tijd geldig. Oppositieleider Badenoch vatte de tegenstelling in het parlement samen: "Why is oil from Russia acceptable, but oil from Aberdeen is not?" De werkelijke Britse Oekraïnesteun blijft ruim onder de grens van 0,25% die Londen niet wilde onderschrijven.
Italië maakte van de discussie over Oekraïnesteun een onderhandelingsmiddel. Meloni koppelde Italiaanse deelname aan SAFE, het nieuwe EU-programma waarmee lidstaten gezamenlijk kunnen lenen voor wapenaankopen, aan Brusselse ruimte voor flexibiliteit rond energieprijzen. Haar eigen defensieminister Crosetto zette het ministerie van Financiën publiekelijk onder druk om het programma op zijn eigen merites te accepteren.
Duitsland, door Rutte juist geprezen, zit ertussenin. Berlijn plant voor 2027 11,6 miljard euro voor Oekraïne, ongeveer 0,26% van het BBP. Maar volgens het begrotingspad daalt dat bedrag in 2028 naar 8,5 miljard euro, onder de drempel die Rutte voorstelde. De lof geldt het huidige gedrag, niet een harde meerjarige verplichting.
De ontsnappingsroute
De EU-lening van 90 miljard euro creëert een boekhoudkundige grijze zone. Van de eerste tranche is 28,3 miljard euro bestemd voor militaire behoeften, met een eerste uitbetaling naar verwachting in juni. EU-lidstaten kunnen met enige plausibiliteit stellen dat hun aandeel in gezamenlijke Europese leningen ook Oekraïnesteun is. De kosten verschuiven dan van nationale defensiebegrotingen naar de EU-balans. Precies die flexibiliteit wilde Rutte met zijn ondergrens afsluiten.
De top in Ankara op 7 en 8 juli krijgt daarmee een vraag op tafel die het bondgenootschap liever niet publiek beantwoordt: kan de NAVO functioneren als collectieve veiligheidsgarantie wanneer de grootste leden structureel te weinig uitgeven aan een dreiging waarmee de kleinste leden dagelijks leven? Rutte kan nog proberen een zachtere variant te maken, bijvoorbeeld een vrijwillige belofte of een politiek bekrachtigde doelstelling zonder unanimiteit. De cijfers liggen inmiddels op tafel. De landen aan de oostflank vragen het niet meer beleefd.
How was this article?
Help us get better
Help us get better
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 5/25/2026, 3:01:34 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260525_015006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication