Skip to main content
EU_PUBLIC_AFFAIRS02 / 05 · verhaal van de dag3 min · 731 woorden · 32 bronnen

Vier EU-landen hanteren andere Oekraïne-eisen

Geschreven door AIto brief AI · 13 september 2026, 02:50
Hoe het werd geschreven

One European promise now demands different proof at every counter.

Beeldcompositie · tobrief
de tekst · 3 min lezen

Sinds 5 augustus moeten Oekraïners die in de EU een nieuwe verblijfsvergunning onder de tijdelijkebeschermingsregeling aanvragen, aantonen dat zij aan hun militaire verplichtingen volgens de Oekraïense wet hebben voldaan. Voor de miljoenen Oekraïners die al bescherming genieten, verandert er niets. De Europese tekst laat echter zo veel ruimte dat lidstaten verschillende leeftijdsgrenzen, controles en bewijsstukken hanteren. Het land van aanvraag bepaalt daardoor welk bewijs volstaat.

Wat de EU besloot en wat zij openliet

De Raad, waarin de nationale regeringen het EU-beleid bepalen, nam op 30 juli Besluit 2026/1912 aan. Daarmee werd de tijdelijke bescherming verlengd tot maart 2028 en kwam er een voorwaarde over de naleving van militaire verplichtingen bij. De Europese Commissie diende het voorstel in; het Europees Parlement had geen wetgevende rol. De uitvoering ligt nu bij de nationale migratiediensten.

Volgens de tekst moeten aanvragers ‘waar van toepassing’ aantonen dat zij hun Oekraïense militaire verplichtingen nakomen. Geslacht, leeftijdsgrenzen en vereiste documenten worden niet genoemd. Wie vóór 31 juli onafgebroken bescherming genoot in dezelfde lidstaat, is vrijgesteld. Daaronder valt het overgrote deel van de Oekraïense mannen in Europa: volgens Eurostat waren er in totaal 4,43 miljoen mensen met tijdelijke bescherming.

Een verhuizing naar een andere lidstaat kan een bestaande rechthebbende toch aan de nieuwe toets blootstellen. De vrijstelling geldt immers alleen bij ononderbroken verblijf in hetzelfde land.

Tsjechië en Zweden: dezelfde regel, andere controles

Tsjechië controleert sinds 5 augustus aanvragers van 18 tot en met 60 jaar (Czech IPC/OAMP). Praag hanteert de strengste openbaar gemaakte procedure: ambtenaren verlangen zowel een afdruk uit het Oekraïense militaire registratiesysteem Reserv+ als het actuele digitale profiel van de aanvrager, zodat zij beide kunnen vergelijken. Begin september meldde minister van Binnenlandse Zaken Lubomír Metnar dat het aandeel aanvragers van militaire leeftijd sterk was gedaald (Novinky).

Zweden controleert mannen van 23 tot en met 65 jaar. De Migration Agency accepteert meer soorten bewijsstukken, waaronder een uitreisstempel in het paspoort die niet ouder is dan 90 dagen (Migrationsverket). Waarom de bovengrens juist bij 65 jaar ligt, legt de dienst overigens niet uit.

Duitsland en Polen: geen openbare richtlijnen

Duitse verblijfsvergunningen voor Oekraïners vallen onder het bindende EU-besluit, maar een openbare federale instructie met leeftijdsgrenzen of vereiste documenten ontbreekt vooralsnog (§24 Residence Act). Ook in de Poolse registratierichtlijnen staat niets over militaire documenten of de nieuwe voorwaarde (gov.pl). Mogelijk bestaan er interne instructies, maar aanvragers in twee van Europa’s grootste opvanglanden (Eurostat) kunnen niet vooraf nagaan welke bewijsstukken van hen worden verlangd.

De afzonderlijke en strengere Deense wet

Denemarken heeft bij verdrag een uitzonderingspositie binnen het Europese asielbeleid, waardoor het Raadsbesluit daar niet geldt. Kopenhagen nam daarom een eigen wet aan, die sinds 3 september van kracht is en betrekking heeft op mannen van 23 tot en met 59 jaar (Berlingske). Op één punt gaat deze regeling verder dan de Europese aanpak: de Deense autoriteiten mogen reeds verleende vergunningen intrekken als de aanvraag op of na 25 juni werd ingediend, ook wanneer de vergunning vóór de inwerkingtreding van de wet is toegekend. Gemeentelijke organisaties en maatschappelijke groeperingen waarschuwden dat deze terugwerkende bevoegdheid gezinnen uit elkaar kan halen (KL).

Omvang van de getroffen groep blijft onbekend

EU-brede cijfers over afwijzingen sinds augustus zijn er niet. Tsjechische ambtenaren melden dagelijks tientallen gevallen; de geraadpleegde Zweedse, Duitse en Poolse migratiediensten hebben geen afwijzingscijfers gepubliceerd. Omdat de voorwaarde alleen voor nieuwe vergunningen geldt, krijgt slechts een deel van de bestaande beschermde groep ermee te maken. Zes weken na de invoering is nog altijd onbekend hoe groot dat deel is en hoeveel aanvragers daadwerkelijk worden geweigerd.

Een nog onbeproefde rechtsgrond

Steve Peers, de EU-rechtsgeleerde die de kwestie als eerste aan de orde stelde, betoogt dat de bevoegdheid van de Raad om tijdelijke bescherming te verlengen niet vanzelf ook de bevoegdheid omvat om de groep rechthebbenden te beperken. De uitsluitingsgronden in de Temporary Protection Directive betreffen ernstige misdrijven en bedreigingen voor de veiligheid, niet het niet nakomen van militaire verplichtingen tegenover een ander land (Directive 2001/55). Volgens de Raad biedt de verlengingsbevoegdheid wel ruimte om de voorwaarden aan te passen. Een rechter heeft die uitleg nog niet getoetst. Een afgewezen aanvrager zal het besluit eerst bij een nationale rechter moeten aanvechten, waarna die rechter de rechtsvraag kan voorleggen aan het Hof van Justitie van de EU.

Nu volledige afwijzingscijfers nog ontbreken, heeft de maatregel vooral geleid tot ongelijke controles binnen Europa. Dat hij ook aantoonbaar bijdraagt aan de Oekraïense mobilisatie, blijkt vooralsnog niet.

How was this article?

Help us get better

Details about this article
Model:
claude-opus-4-6
Generated:
9/13/2026, 1:47:24 AM
Pipeline run:
eu_pipeline_20260913_005005
Watermark:
SynthID (Google's invisible watermark)
Human review:
None before publication
Learn more about our methodology