Skip to main content
EU_ECONOMICS09 / 18 · verhaal van de dag3 min · 752 woorden · 46 bronnen

Hormuz-olie terug, gas blijft duur

Geschreven door AIto brief AI · 26 juni 2026, 03:50
Hoe het werd geschreven

Oil finds a way around, but for gas, the bottleneck remains a monumental fixture.

Beeldcompositie · tobrief
de tekst · 3 min lezen

Door de Straat van Hormuz varen weer schepen. Die nauwe doorgang in de Golf verwerkt ongeveer een vijfde van de wereldwijd verhandelde olie. Volgens S&P Global steeg het aantal dagelijkse passages van minder dan tien begin maart naar ongeveer 35 op 22 juni. Sinds het akkoord tussen de VS en Iran zijn meer dan twintig olietankers met samen zo'n 35 miljoen vaten gepasseerd (CNBC). Olie vindt dus weer een weg naar de markt. Voor LNG, vloeibaar gemaakt aardgas dat per gespecialiseerde tanker wordt vervoerd, geldt dat veel minder. Voor Europa zit daar het prijsrisico dat niet is verdwenen.

Olie heeft uitwegen. LNG niet.

Het verschil begint bij de kaart. Een deel van de olie uit de Golf kan Hormuz volledig vermijden: Saudi-Arabië heeft een pijpleiding met ongeveer 5 miljoen vaten per dag aan exportcapaciteit, de Verenigde Arabische Emiraten hebben een route van 1,8 miljoen vaten per dag die de zeestraat omzeilt (EIA). Olie is bovendien uitwisselbaar. Komt één lading later aan, dan kan een andere uit West-Afrika of de Amerika's deels inspringen.

De LNG-exportterminals van Qatar liggen achter Hormuz, en daarvoor bestaat geen pijpleidingalternatief. Op het dieptepunt van de verstoring voer tussen 1 maart en 24 april geen enkele geladen LNG-tanker door de zeestraat. Daarmee viel meer dan 10 miljard kubieke voet per dag aan aanbod weg, genoeg om de mondiale LNG-prijs te bewegen (EIA).

Het herstel is begonnen, maar blijft beperkt. Qatar laat inmiddels lege schepen terugkeren door de zeestraat. In de week tot 19 juni laadde het land ongeveer een vijfde van het tempo van vóór de oorlog (Energy Connects). Qatar zegt bovendien dat een beschadigde installatie buiten bedrijf blijft, ook als andere productie weer opstart (Infobae/EFE).

De gasprijs daalde dan ook niet zoals de olieprijs. Het eerstvolgende TTF-contract, de Nederlandse groothandelsbenchmark die in Europa de toon zet, stond op 25 juni op € 40,90/MWh. Dat bewoog nauwelijks, terwijl Brentolie terugviel naar $ 72,75 en de oorlogspremie kwijtraakte (Dawn/Reuters, CNBC). BNP Paribas noemde de reactie van gas "gematigder" dan die van olie. Dat is een nette manier om te zeggen dat de gasprijs hoog blijft hangen (BNP Paribas).

Waarom schepen wel passeren, maar kosten niet dalen

Een schip kan fysiek door Hormuz varen. Dat betekent nog niet dat het commercieel zinvol is om het te sturen. Oorlogsrisicopremies, de extra verzekering voor vaart door conflictgebieden, liggen nog altijd rond 3–4% van de scheepswaarde. Voor de oorlog was dat ongeveer 0,25% (S&P Global, Allianz Commercial). Eind juni wachtten nog ongeveer 1.150 geladen schepen met een gezamenlijke ladingwaarde van circa 125 miljard dollar op doorgang door de Golf (Allianz Commercial). Maersk stuurde twee schepen de zeestraat uit, maar liet er drie in de Golf liggen. Rederijen beslissen per afvaart; van een normaal vaarschema is nog geen sprake (The Copenhagen Post).

Precies die verzekeringskloof maakt van een maritiem veiligheidsprobleem een economische kostenpost. De verzekeraar rekent de reder meer. De reder verhoogt de vrachtprijs. De afnemer betaalt meer voor geleverde LNG, voor petrochemische grondstoffen en voor industriële inputs. Europese gasverbruikers en industriebedrijven zitten aan het einde van die keten.

Gebufferd, kwetsbaar of aan het bouwen

De last valt in Europa ongelijk. Duitsland haalt slechts 6,1% van zijn ruwe olie uit het Midden-Oosten, maar is voor 67% van zijn energie afhankelijk van import (Destatis). Voor de Duitse industrie zit het risico dus niet in een directe schaarste, maar in de mondiale prijsvorming: inkopers weten niet wanneer ladingen aankomen en wat ze gaan kosten. Analisten in de chemische industrie verwachten dat petrochemische grondstoffen slechts langzaam normaliseren, in sommige gevallen pas in 2027 (Chemie Technik).

Spanje lijkt beter gebufferd. De gasopslag zit boven 70%, tegen een EU-gemiddelde van ongeveer 46%, en slechts 1,7% van de aanvoer is direct aan Hormuz gekoppeld (Europa Press, Energy Aspects). Volle opslagen beschermen wel tegen een volumeschok. Ze beschermen niet tegen marktrisico, want Spanje koopt gas op dezelfde Europese markt waar de marginale lading de verwachtingen voor iedereen zet.

Polen probeert zich eruit te bouwen, met 8,3 miljard kubieke meter per jaar aan LNG-capaciteit in Świnoujście en twee drijvende terminals die voor 2030 gepland staan (GAZ-SYSTEM, gov.pl). Terminalcapaciteit vergroot de weerbaarheid. Zij creëert alleen geen LNG dat niet kan varen.

De bestuursvoorzitter van Enagas zei tegen Ara dat de termijnmarkt voor gas pas eind 2027 of begin 2028 op volledige normalisering wijst. Dat is een marktverwachting, geen zekerheid. Maar het geeft wel eerlijk weer wat "heropening" betekent. Olie heeft uitwegen gevonden. Voor gas blijft de route zelf het knelpunt.

How was this article?

Help us get better

Details about this article
Model:
claude-opus-4-6
Generated:
6/26/2026, 3:16:57 AM
Pipeline run:
eu_pipeline_20260626_015006
Watermark:
SynthID (Google's invisible watermark)
Human review:
None before publication
Learn more about our methodology