Googles €13 miljard mist nieuwe stroom

Google secures the power before Finland measures the burden.
Beeldcompositie · tobriefWie betaalt de elektriciteit die Googles Finse datacentra straks verbruiken? Het bedrijf wil in 2027 en 2028 minstens € 13 miljard in Finland investeren en zijn rekencapaciteit op vier locaties uitbreiden (Google, Yle). Tegelijk sloot Google een contract voor 22 jaar om maximaal de helft van de productie van de Finse kerncentrale Loviisa af te nemen (Fortum). Dat contract ligt vast. Aan de andere kant van de energiebalans ontbreken echter twee wezenlijke cijfers: hoeveel stroom Google werkelijk gaat verbruiken en hoeveel nieuwe productie daartegenover staat.
Wat vastligt en wat nog niet
Op 9 september kwamen drie aankondigingen naar buiten, elk met een andere mate van zekerheid. De stroomafnameovereenkomst met Fortum, een langlopend contract dat de levering van elektriciteit vastlegt, is ondertekend en commercieel bindend. Vanaf 2028 beginnen de leveringen, waarna ze oplopen tot de helft van de capaciteit van Loviisa in 2030 en doorgaan tot 2049. Fortum moest de overeenkomst aan zijn beleggers melden. Bij volledige afname stijgt volgens het bedrijf het rendement op het in de onderneming geïnvesteerde kapitaal met ongeveer 1,4 procentpunt (Fortum).
De € 13 miljard is daarentegen vooralsnog een investeringsaankondiging van Google. Een verdeling per locatie of een aanbestedingsschema is niet gepubliceerd. Bovendien gaat een aanzienlijk deel naar computerapparatuur, zonder dat bekend is welk deel daarvan uit Finland komt (Aamulehti). In een afzonderlijke intentieverklaring onderzoeken Google en Fortum de mogelijkheid van een nieuwe reactor bij Loviisa en aanvullende hernieuwbare energie. Tot de bouw daarvan verplicht die verklaring geen van beide bedrijven (Google).
Bijna alle stroomproductie bestond al
Vrijwel alle kernenergie uit het contract komt uit bestaande productie. Finland verlengde in 2023 de vergunning van Loviisa tot 2050. Ook had Fortum al vóór de komst van Google een modernisering van de turbines gepland (Fortum-vergunning 2023). Aan de nieuwe samenwerking is slechts 10 MW extra productiecapaciteit toe te schrijven (Fortum). Daarnaast heeft Google contracten voor 629 MW aan Finse windenergie op land en kondigde het een batterij van 94 MW aan (Google). Het vermogen van windparken in megawatt geeft echter hun piekproductie onder ideale omstandigheden weer, niet de hoeveelheid stroom die zij jaarlijks leveren. Bij een batterij zegt het vermogen alleen hoe snel die kan ontladen. Zonder informatie over de ontladingsduur blijft de werkelijke opslagcapaciteit dus onbekend.
Voor het publiek telt de verhouding tussen het jaarlijkse stroomverbruik van Googles datacentra en de jaarlijkse productie uit werkelijk nieuwe bronnen. Google heeft geen raming van zijn verwachte elektriciteitsverbruik gepubliceerd. Fingrid, de Finse netbeheerder, noemt wel 2 GW, maar dat cijfer betreft de beschikbare capaciteit op het regionale elektriciteitsnet voor alle datacenterprojecten samen. Het is geen raming van Googles verbruik (Fingrid).
Hoe de prijsdruk zich door Scandinavië verspreidt
Groeit de Finse vraag sneller dan het Finse aanbod, dan blijft het prijsverschil niet bij de grens steken. Noord-Zweden liet afgelopen januari zien hoe dat mechanisme werkt. Nadat de hoogspanningsverbinding Aurora Line eind 2025 in gebruik was genomen en de grenscapaciteit met ruim 40% was toegenomen (Svenska kraftnät), vielen koud en windstil weer samen met een hoge Finse stroominvoer. In de Noord-Zweedse prijszones steeg de gemiddelde winterprijs tot € 61/MWh, tegenover € 16 à € 17 in de voorgaande winter (Svenska kraftnät). Het weer verklaarde een groot deel van die stijging. Bij omgekeerde omstandigheden kan dezelfde kabel overigens goedkope stroom naar Finland vervoeren. Toch maakt deze episode duidelijk hoe de prijsdruk wordt doorgegeven: zodra Finland meer elektriciteit afneemt dan het produceert, voelen ook de Scandinavische buurlanden dat in hun stroomprijs.
Hoeveel van Googles uitgaven blijft in Finland?
Een door Google zelf bestelde studie raamt de gemiddelde jaarlijkse bijdrage aan het BBP in 2027 en 2028 op € 3,6 miljard en spreekt van ruim 37.000 ‘ondersteunde banen’ (Google). Die cijfers vragen om nadere onderbouwing. Geïmporteerde servers tellen immers mee als investeringsuitgaven in Finland, terwijl het geld direct weer naar buitenlandse fabrikanten stroomt. Finse lonen, bouwmarges en lokaal ingekochte diensten blijven wel in het land. De studie maakt dat onderscheid niet. Evenmin wordt duidelijk of ‘ondersteunde banen’ slaat op arbeidsplaatsen in één jaar, op het cumulatieve aantal arbeidsjaren of op de nettotoename nadat werknemers zijn meegeteld die van andere projecten worden weggetrokken.
Ierland biedt bruikbaar vergelijkingsmateriaal. Daar verbruikten datacentra in 2025 23% van alle gemeten elektriciteit (CSO). De Ierse toezichthouder verplicht nieuwe datacentra inmiddels om regelbare centrales beschikbaar te hebben die hun piekvraag kunnen dekken. Daarnaast moet 80% van hun verbruik afkomstig zijn uit nieuwe, ongesubsidieerde hernieuwbare bronnen (CRU). Spaanse ontwerpregels eisen dat het verbruik ieder uur wordt gekoppeld aan productie uit nieuwe hernieuwbare installaties (MITECO). Vergelijkbare eisen heeft Finland niet gesteld.
Voor Fortum biedt de stroomafnameovereenkomst langdurige zekerheid over de inkomsten van een centrale die een aanzienlijk deel van de Finse elektriciteit produceert. Google krijgt daarmee een harde contractuele basis voor zijn aanspraak op schone energie. Finland heeft echter nog niet aangetoond dat nieuwe productie het verbruik van de datacentra zal dekken. Ook is niet geregeld dat Google, en niet de overige netgebruikers, opdraait voor de netkosten die daaruit voortvloeien.
Stocks in this story
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 9/10/2026, 2:09:31 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260910_005006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication