Hormuz jaagt olie boven $90

The tension of the Strait reaches the shore as a fracture in energy costs.
Beeldcompositie · tobriefBij Oman is maandag de Koeweitse tanker Kaifan geraakt door een projectiel. De bemanning verliet het schip. De prijs van Brentolie steeg tot boven $90 (OilPrice). De aanval volgt op een maand van oplopende Amerikaanse en Iraanse aanvallen rond de Straat van Hormuz, de vaarroute waar dagelijks ongeveer 20 miljoen vaten olie doorheen gaan en circa een vijfde van de mondiale LNG-handel (EIA). Voor Europa zit de schade niet eerst in ontbrekende vaten. Zij loopt via duurdere vracht, hogere verzekeringspremies en benchmarks die gas, elektriciteit en brandstof op het hele continent duurder maken.
Van zeestraat naar energierekening
Europa hoeft niet rechtstreeks uit Iran te importeren om deze crisis te voelen. De oorlogsrisicopremie voor één passage door Hormuz is gestegen van ongeveer 0,125% naar maximaal 1% van de rompwaarde van een schip. De tarieven voor zeer grote olietankers zijn intussen ongeveer verviervoudigd (Eightx, LMA). Schepen varen nog wel, maar elke reis krijgt een nieuwe prijs. Die extra kosten komen rechtstreeks terecht in de aanvoerprijs van ruwe olie, LNG en geraffineerde producten in Europese havens. Fysieke ontwrichting begint pas wanneer ladingen helemaal uitvallen. De prijsschok is er al.
Halflege gasopslagen op het verkeerde moment
De timing maakt het probleem groter. De Europese gasopslagen waren medio juli ongeveer halfvol, ruim onder de 90%-doelstelling die lidstaten volgens EU-regels op 1 november moeten halen (Gas Outlook, European Commission). ACER, de Europese energietoezichthouder, waarschuwde dat Europa mogelijk ongeveer 13% meer LNG moet importeren dan vorig jaar om die deadline te halen (Enerdata). Een Golfcrisis midden in het vulseizoen dwingt Europese kopers dus harder te bieden op vervangende ladingen. De Nederlandse TTF, de belangrijkste Europese gasbenchmark, vertaalt die concurrentie vervolgens in contracten en rekeningen in heel Europa.
Die doorwerking is inmiddels zichtbaar. De Duitse brancheorganisatie BDEW meldde een spotgasprijs van 57,8 €/MWh, een gemiddelde stroomprijs over dertig dagen van 113 €/MWh en nationale gasopslagen die op 18 juli slechts 45,2% gevuld waren (BDEW). In Italië wordt ongeveer 45% van de elektriciteit met gas opgewekt, en gas bepaalt daar vaak de marginale stroomprijs. Een schok in de gasbenchmark wordt dan vanzelf een elektriciteitsschok voor huishoudens die nooit nadenken over tankerroutes (ANSA).
Terminals helpen de aanvoer, niet de prijs
Sommige landen lijken beter afgeschermd. Spanje haalt 34% van zijn gas uit Algerije via de Medgaz-pijpleiding, volledig buiten Hormuz om, en heeft met zeven hervergassingsterminals de grootste LNG-infrastructuur van de EU (El Mundo). Toch noteerde de Spaanse gasbenchmark al boven TTF, doordat krap LNG-aanbod en vraag door de hittegolf de prijzen opdreven (S&P Global). Pijpleidingen en terminals helpen bij de leveringszekerheid. Ze houden benchmarkprijzen niet tegen.
Griekenland laat zien hoe de baten en kosten van een scheepvaartcrisis bij verschillende groepen terechtkomen. Twee tankers in Grieks eigendom werden geraakt in de Hormuz-zone (Kathimerini). Tegelijk kwam in 2023-2025 25,4% van de Griekse invoer van energieproducten uit Golfstaten, vier keer het EU-gemiddelde van 6,6%, volgens een analyse die door OT werd aangehaald. Griekse reders verdienen aan hogere vrachttarieven. Griekse consumenten betalen meer voor brandstof en stroom.
Na het wegvallen van Russisch gas heeft Europa drie jaar besteed aan het vervangen van pijpleidinggas door LNG over zee, Noorse leveringen en Noord-Afrikaanse pijpleidingen (Bruegel). Die omslag verminderde de drukmiddelen van Moskou, maar maakte Europa wel gevoeliger voor zeeroutes, verzekeringsmarkten en concurrentie om ladingen. Precies die kanalen brengen de Hormuz-schok nu naar Europese energierekeningen. Nationale regeringen bepalen energiesubsidies en kunnen via het IEA, het Internationaal Energieagentschap dat strategische voorraden van rijke democratieën coördineert, noodvoorraden olie vrijgeven. De EU stelt opslagdoelen vast, maar geen consumentenprijzen; elke lidstaat beslist zelf welk deel van de kosten bij huishoudens belandt. Bij een korte verstoring blijft een fysiek tekort daardoor onwaarschijnlijk. Toch vult Europa zijn reserves nu tegen crisisprijzen, en geen regering heeft gezegd wie de rekening betaalt als de buffer vol raakt maar de energierekening alsnog stijgt.
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 7/22/2026, 2:14:35 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260722_005006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication