Skip to main content
EU_PUBLIC_AFFAIRS09 / 10 · verhaal van de dag3 min · 763 woorden · 48 bronnen

Ierland bezuinigt op gezamenlijke EU-programma's

✦
Geschreven door AIto brief AI · 14 oktober 2026, 02:50
Hoe het werd geschreven

Europe protects regional funds while cities fight to keep their say.

Beeldcompositie · tobrief
de tekst · 3 min lezen

Ierland stelt voor dat de EU in 2028–2034 maximaal € 1,622 biljoen uitgeeft, gerekend in prijzen van 2025. Dat is € 141 miljard minder dan de Europese Commissie heeft gevraagd (onderhandelingskader van de Raad). Het voorstel beschermt de bedragen die landen ontvangen voor landbouw en regio’s en haalt de grootste besparingen bij programma’s die op EU-niveau worden beheerd. Regeringen die een kleinere begroting willen, zijn toch tegen. De uitkomst bepaalt hoe Europa tot halverwege de jaren dertig betaalt voor landbouw, armere regio’s, onderzoek en defensie.

Ierland leidt de onderhandelingen tussen regeringen omdat het het roulerend voorzitterschap van de Raad bekleedt. Het zogeheten ‘negotiating box’ is een basis voor een akkoord, maar bindt niemand. De meerjarenbegroting die erin wordt geschetst, stelt jaarlijkse uitgavenplafonds vast. De jaarlijkse begrotingen bepalen vervolgens hoeveel geld daadwerkelijk wordt vastgelegd en uitgegeven (artikel 312 van het Verdrag).

Waar de bezuinigingen terechtkomen

Ierland stelt dat het voorstel de landbouw-, regio- en visserijbudgetten beschermt waar de meeste regeringen om hebben gevraagd, terwijl er ook geld overblijft voor nieuwe prioriteiten (Iers voorzitterschap). De cijfers bevestigen het eerste deel van die claim. Vergeleken met het plan van de Commissie krimpt de begrotingspost voor onderzoek, industrie en defensie met 12,8%. De post voor landbouwbetalingen en cohesiegeld (EU-steun om verschillen tussen regio’s te verkleinen) daalt met slechts 3,4% (bijlage van de Raad).

Dat sluit aan bij de oproep van zeventien regeringsleiders om landbouw en cohesie te beschermen (Politico). De gegarandeerde ondergrens voor inkomenssteun aan boeren blijft grotendeels overeind op ongeveer € 261 miljard (bijlage van de Raad). Nog niets ligt vast, maar de prioriteiten in het voorstel zijn duidelijk.

Zes regeringen wilden een andere verdeling. In augustus eisten Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Denemarken, Finland en Zweden een aanzienlijk kleinere begroting. Defensie en concurrentievermogen moesten volgens hen worden gefinancierd door bestaande middelen te verschuiven (gezamenlijke verklaring). De Duitse bondskanselier Friedrich Merz zei dat de omvang van het Ierse voorstel geen basis voor een akkoord vormt (Tagesschau). Ook de Deense minister van Financiën Peter Hummelgaard had kritiek op de prioriteiten. Volgens hem worden landbouw en regio’s ontzien, terwijl concurrentievermogen en veiligheid de rekening betalen (Politiken).

Wie kan blokkeren en wie alleen invloed kan uitoefenen

De hoofdonderhandelaars van het Europees Parlement voor de begroting verwierpen het voorstel om een andere reden. Zij stellen dat de begroting, als ook de inflatie en de aflossing van schulden worden meegerekend, minder koopkracht heeft dan de huidige (Europees Parlement). In het totaal is € 149,296 miljard opgenomen voor de aflossing van de gezamenlijke EU-lening voor coronaherstel. Dat geld financiert geen nieuwe projecten (bijlage van de Raad). Dat bedrag bewijst op zichzelf niet dat het Parlement gelijk heeft over de vergelijking, maar het laat wel zien dat het kopbedrag overschat hoeveel de EU aan nieuwe projecten kan uitgeven.

De machtsverhouding is scheef. Elke lidstaat kan het uiteindelijke akkoord vetoën. Het Parlement kan het voorstel niet wijzigen, maar kan wel zijn instemming weigeren (artikel 312 van het Verdrag). Op de top van 15 en 16 oktober bespreken de regeringsleiders het Ierse voorstel. Die top kan de onderhandelingen sturen, maar neemt geen besluit (Europese Raad).

Steden willen inspraak, niet alleen geld

Burgemeesters van hoofdsteden wijzen op een apart risico. Zij willen dat regeringsleiders vóór het vaststellen van een totaal laten zien wat bezuinigingen voor steden betekenen. Ook willen ze dat lokale overheden betrokken blijven bij het ontwerp en de uitvoering van EU-programma’s (EUNews). Hun brief dateerde van vóór het Ierse voorstel en was gericht tegen de bezuinigingsplannen van de zes regeringen. De burgemeester van Den Haag ondertekende de brief, hoewel de Nederlandse regering bij die groep hoort.

Nu moet elk land minstens 8% van zijn fonds voor regionale ontwikkeling besteden aan stedelijke projecten waarbij stadsbesturen helpen kiezen (EFRO-verordening). De Commissie wil zulke fondsen samenbrengen in één partnerschapsplan per land, opgesteld door de nationale regering. Toen de onderzoeksdienst van het Parlement deze voorstellen in februari beoordeelde, maanden vóór het Ierse voorstel, vond die niets dat de ondergrens voor stedelijke projecten vervangt (EPRS-briefing). Steden vrezen dat het regionale geld in de nationale pot blijft, terwijl hun gegarandeerde aandeel en hun rol bij de keuze van projecten ongemerkt verdwijnen.

Burgemeesters hebben geen veto en mogen niet over het akkoord stemmen. Hun invloed loopt via de Europarlementariërs en nationale ministers die samen de afzonderlijke fondsregels opstellen, zoals ze ook de huidige regels voor regionale fondsen hebben vastgesteld. Het Ierse voorstel beschermt nationale toewijzingen door te bezuinigen op gezamenlijke EU-programma’s, maar heeft de regeringen die het kunnen blokkeren nog niet overtuigd. Of steden een gegarandeerd aandeel houden, bepalen de wetgevers die de regels voor de partnerschapsplannen opstellen. Dat staat niet in dit onderhandelingskader.

Details about this article
Model:
claude-opus-5-5
Generated:
10/14/2026, 1:38:51 AM
Pipeline run:
eu_pipeline_20261014_005006
Watermark:
SynthID (Google's invisible watermark)
Human review:
None before publication
Learn more about our methodology →