Kövesi grijpt in tegen Griekenland

The maritime path of cooperation hardens into an unyielding wall of stone.
Beeldcompositie · tobriefLaura Codruța Kövesi, de Europese hoofdaanklager, heeft de Europese Commissie op 22 mei formeel gemeld dat Griekenland haar bureau tegenwerkt. Daarmee beroept zij zich op de EU-verordening voor begrotingsconditionaliteit: het instrument waarmee Brussel geld kan bevriezen als schendingen van de rechtsstaat de EU-financiën raken. Voor het eerst gebeurt dat tegen een regering die politiek verbonden is met Commissievoorzitter Ursula von der Leyen (EPPO, Adevărul). Tot nu toe werd dit middel alleen ingezet tegen regeringen die tegenover de centrumrechtse Europese Volkspartij stonden, de politieke familie die de EU-instellingen domineert. De regerende Griekse partij Nea Dimokratia hoort juist bij die EVP.
Twee ingrepen, één doelwit
In haar brief noemt Kövesi twee Griekse stappen die volgens haar botsen met de EU-verdragsplicht tot "loyale samenwerking" (Digi24).
De eerste stap ligt in het parlement. Minister van Justitie Georgios Floridi loodste op 19 mei een amendement door de Kamer dat een versnelde strafprocedure invoert, uitsluitend voor zittende parlementariërs. Onderzoekstermijnen worden gehalveerd; rechtszaken moeten binnen drie maanden beginnen (Epiloges). De bepaling zat verstopt in een wetsvoorstel over erfrecht, zonder overleg met het EPPO, het Europees Openbaar Ministerie dat fraude met EU-geld onderzoekt. Volgens Floridi herstelt het amendement slechts een regeling die tussen 2014 en 2019 al bestond en verandert het niets aan de bevoegdheden van het EPPO.
De tweede stap is juridisch. De Griekse Hoge Raad voor de Rechtspraak verlengde de mandaten van drie Griekse EPPO-aanklagers met slechts twee jaar, terwijl het bestuur van het EPPO in november 2025 zelf een termijn van vijf jaar had vastgesteld (Protothema).
De regering presenteert beide ingrepen als normale binnenlandse procedure. Kövesi ziet er toch een gecoördineerde poging in om haar onderzoeken te hinderen.
Waarom € 2,68 miljard de wrijving verklaart
De botsing valt samen met lopende onderzoeken. Het EPPO heeft in Griekenland 175 actieve zaken, goed voor naar schatting € 2,68 miljard aan mogelijke schade voor de EU-begroting (EPPO). De grootste cluster draait om OPEKEPE, het Griekse agentschap voor landbouwbetalingen. Daar heeft het EPPO het parlement gevraagd de immuniteit op te heffen van regeringspartijleden die worden gelinkt aan subsidiefraude met verzonnen grondclaims en opgeblazen productiegegevens.
Daarnaast onderzoekt het EPPO contracten voor twee migrantenkampen, Malakasa en Sintiki. Die werden in 2020 zonder openbare aanbesteding gegund, tegen kosten die ver boven vergelijkbare, met EU-geld betaalde voorzieningen lagen (Le Monde).
Griekenland is overigens niet het enige land dat schuurt met het EPPO. Bulgarije schorste een aanklager, Slovenië vertraagde benoemingen en Roemenië kreeg te maken met politieke inmenging. Maar Griekenland is wel het eerste land waar die wrijving is opgelopen tot een formele melding onder de conditionaliteitsregels.
De test van selectieve handhaving
De conditionaliteitsverordening is één keer eerder geactiveerd, tegen Hongarije. Toen bevroor de EU miljarden aan cohesiegeld (CER). Dat ging om een regering die openlijk met Brussel overhooplag. Griekenland is anders: het zit binnen de EVP-alliantie die de Commissie controleert.
In het Europees Parlement is dat patroon zichtbaar. Toen Europarlementariërs in februari 2026 hun eerste rechtsstaatresolutie over Griekenland aannamen, weigerde de EVP te onderhandelen of voor te stemmen. De sociaaldemocraten merkten op dat de EVP zulke resoluties alleen steunt "in landen die niet door de EVP worden geregeerd" (S&D Group).
De Commissie kan nu een formele procedure openen, een mildere inbreukzaak beginnen of kiezen voor stille diplomatie. Bij een politieke bondgenoot ligt die derde route voor de hand. Een lopende zaak bij het Hof van Justitie van de EU (C-225/24) kan die ruimte wel verkleinen: als het Hof oordeelt dat conditionaliteitsbesluiten volledig rechterlijk toetsbaar zijn, kan ook een Commissiekeuze om bij Griekenland weg te kijken in Luxemburg worden aangevochten (Verfassungsblog).
De EU maakte dit handhavingsinstrument voor tegenstanders. Kövesi heeft het nu op een bondgenoot gericht.
How was this article?
Help us get better
Help us get better
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 5/23/2026, 3:14:32 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260523_015006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication