Macron en Merz willen buitenlandse bedrijven weren

Paris and Berlin propose a trade power whose limits remain unwritten.
Beeldcompositie · tobriefEmmanuel Macron en Friedrich Merz hebben de Europese Commissie gevraagd om de bevoegdheid om buitenlandse praktijken die de concurrentie in Europa verstoren, hard aan te pakken. Dit zou kunnen gaan tot het volledig uitsluiten van bedrijven uit de interne markt (Reuters, Franco-German non-paper). Het voorstel laat de twee belangrijkste vragen overigens onbeantwoord: wat is de exacte aanleiding voor actie en wat kan Brussel precies blokkeren? Hoewel er geen specifiek land wordt genoemd, wordt het instrument in de media vooral gezien als een antwoord op China (Euronews).
De timing is opvallend. De Europese handelscommissaris Maroš Šefčovič voert immers op 8 en 9 oktober gesprekken met Peking (Politico).
Groter bereik, bekende stemprocedure
De twee leiders stuurden Commissievoorzitter Ursula von der Leyen een ondertekende brief en een zogeheten non-paper. Centraal staat een instrument om in te grijpen wanneer een ander land de EU-markt op grote schaal ontwricht. Denk aan een eenvoudig scenario: een buitenlandse overheid subsidieert haar fabrieken om meer te produceren dan de eigen markt kan consumeren. Die fabrieken kunnen vervolgens in Europa producten verkopen onder de kostprijs van Europese concurrenten, waardoor de Europese industrie orders verliest.
Volgens het Frans-Duitse non-paper zou de Commissie over een sanctie beslissen. Dat besluit blijft van kracht, tenzij minstens 15 regeringen die 65% van de EU-bevolking vertegenwoordigen tegenstemmen. Tegenstanders moeten dus een grote blokkerende minderheid vormen, wat aanzienlijk lastiger is dan wanneer enkele hoofdsteden een maatregel stilletjes van de agenda houden.
Deze stemmethode is niet nieuw; ze wordt al toegepast bij handelsbeschermende maatregelen, zoals onderzoeken naar dumping of buitenlandse subsidies. Nieuw is echter de reikwijdte. Het instrument zou een hele sector kunnen beslaan in plaats van slechts één product, en de uitkomst kan volledige uitsluiting zijn in plaats van een extra invoertarief.
De trage route van nu
De casus rond elektrische auto's uit 2024 laat zien hoe het huidige systeem werkt. Na een onderzoek naar Chinese subsidies voerde Brussel in oktober 2024 bedrijfsspecifieke heffingen in van 7,8% tot 35,3% op in China geproduceerde batterijauto's (European Commission). Dit waren compenserende heffingen, bedoeld om het effect van de subsidie teniet te doen. De gehele procedure had echter betrekking op slechts één product.
Macron en Merz stellen dat dit tempo te laag ligt wanneer een land een volledige productieketen domineert (Reuters). Zij willen dat de Commissie op eigen initiatief zaken opent, volledige sectoren onderzoekt en sneller tot actie overgaat.
De prijs van Brusselse uitsluiting
Elke uitsluiting heeft twee kanten. Het weren van een goedkope leverancier helpt de Europese bedrijven die ermee concurreren, maar het verhoogt ook de kosten voor Europese fabrieken en huishoudens die daar inkopen. Daarnaast is er het risico op vergeldingsmaatregelen. De auteurs erkennen dit door voor te stellen om in kaart te brengen wat Chinese tegenmaatregelen elke lidstaat zouden kosten (non-paper).
Het Duitse bedrijfsleven is verdeeld. Uit een enquête van de koepelorganisatie van kamers van koophandel bleek dat 60% van de bedrijven minder afhankelijk wil zijn van China, maar dat slechts 36% voorstander is van het beperken van de markttoegang (DIHK). De meeste bedrijven willen dus wel minder risico lopen, maar zien Brussel liever niet de deur dichtgooien om dat te bereiken. Ook industriefederatie BDI geeft de voorkeur aan een gericht gebruik van de instrumenten die de EU al heeft (BDI).
Sommige regeringen proberen juist actief Chinees kapitaal aan te trekken. Geplande Spaanse batterijfabrieken met Chinese deelname zijn goed voor bijna € 15 miljard aan voorgenomen investeringen (Expansión). Dat bedrag is geen direct verlies, maar het geeft wel aan hoeveel investeringen op het spel staan bij een handelsconflict. Het geeft Madrid dan ook andere belangen dan Parijs.
Van een wet is nog geen sprake. Onder artikel 207 van het EU-verdrag vereist een handelsverordening een voorstel van de Commissie en vervolgens goedkeuring door zowel het Europees Parlement als de nationale regeringen (EUR-Lex). De Commissie noemde de stukken een "waardevolle bijdrage" en de EU-leiders zullen ze bespreken tijdens hun top op 15 en 16 oktober (Euronews).
De ondertekende teksten bevatten geen drempelwaarden voor wat telt als "systematische" verstoring. Ook ontbreekt een lijst van wat Brussel precies zou kunnen blokkeren (non-paper). Parijs en Berlijn stellen een potentieel vergaande bevoegdheid voor, maar laten de invulling en de grenzen ervan aan de Commissie over. Die keuzes zullen bepalen of bedrijven die Chinese halffabricaten inkopen, en overheden die hopen op Chinese fabrieken, het voorstel kunnen accepteren.
Details about this article
- Model:
- claude-opus-5-5
- Generated:
- 10/6/2026, 1:59:48 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20261006_005006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication