Mitsotakis wil €60 miljard voor EU-infrastructuur

The infrastructure package occupies the center of a chamber where the budget remains empty.
Beeldcompositie · tobriefKyriakos Mitsotakis bereidt het Griekse voorzitterschap van de Raad van de EU voor met naar verluidt een pakket van € 60 miljard voor Europese netwerken en infrastructuur. Dat voorstel hangt direct samen met de strijd over de volgende zevenjarige EU-begroting voor 2028-2034 (Deutschlandfunk). De inzet is duidelijk: infrastructuur moet een noemer worden waar zowel begrotingshaviken als cohesielanden mee kunnen leven. De Duitse bondskanselier Friedrich Merz heeft het totale begrotingsvoorstel van de Commissie al "onbetaalbaar" genoemd. Bovendien moet elke regering instemmen voordat er ook maar één euro kan worden toegewezen (TFEU Article 312).
Een roulerend voorzitterschap schrijft de Europese begroting niet. Het bepaalt wel de agenda, zit ministerraden voor, stelt compromisteksten op en beslist welke uitruilen samen worden besproken en welke juist apart blijven (Council presidency). In een onderhandeling waarin één land het hele pakket kan blokkeren, is die volgorde geen detail. Athene gokt erop dat "netwerken" als gemeenschappelijke grond kan werken: transportcorridors, energieverbindingen, digitale infrastructuur en projecten met zowel militaire als civiele toepassing, samengebracht onder één paraplu waar veiligheidsgerichte én groeihongerige regeringen zich op kunnen beroepen.
Als het herstelfonds opdroogt
De timing is niet toevallig. De Recovery and Resilience Facility, het investeringsfonds uit de pandemietijd, loopt na 2026 af. Een opvolger van vergelijkbare omvang ligt niet klaar. Voor Griekenland is dat vooral gevoelig: de RRF-steun bedroeg ongeveer 16-17% van het bbp, een investeringsmotor die straks wegvalt (EUobserver). Zonder opvolger verliezen landen die sterk op Europees pandemiegeld hebben geleund hun belangrijkste groeiprikkel, precies op het moment dat nieuwe begrotingseisen zich opstapelen.
De volgende meerjarenbegroting, het MFK, moet defensie, wederopbouw van Oekraïne en voorbereiding op uitbreiding opvangen. Dat moet gebeuren binnen een plafond dat nettobetalers, dus landen die meer aan de EU afdragen dan zij ontvangen, strak willen houden (Council MFF page). De Griekse redenering is dat infrastructuur de begrotingspost kan worden die iedereen uiteindelijk duldt.
De ontbrekende blauwdruk
De zwakste plek in het Griekse voorstel is wat nog niet is ingevuld. Wil Athene een grotere Connecting Europe Facility, het EU-programma voor grensoverschrijdende transport-, energie- en digitale projecten? Wil het beschermde cohesie-enveloppen? Nieuwe gezamenlijke schulduitgifte? Of een investeringsinstrument na de RRF?
Elke route verschuift de macht over het geld. CEF-financiering bevoordeelt grensoverschrijdende projectselectie door de Commissie. Cohesiebeleid beschermt nationale enveloppen. Gezamenlijk lenen roept weerstand op bij crediteurlanden. Fondsen op basis van nationale plannen geven Brussel juist meer controle over uitbetaling. De keuze bepaalt ook de vetodrempel: nieuwe EU-inkomsten, de zogenoemde eigen middelen, vereisen een afzonderlijk Raadsbesluit en ratificatie in elk nationaal parlement (TFEU Article 311). Het officiële Griekse voorzitterschapsprogramma staat nog niet op de website van de Raad. Wat er nu ligt, is politieke positionering, geen formeel programma.
De alliantie die Athene nodig heeft
Griekenland staat niet alleen. Polen wil het cohesiebeleid beschermen en tegelijk spoorlijnen aan de oostflank, wegen voor dubbel gebruik en energie-interconnectoren neerzetten als Europees strategisch belang (CEF, Military Mobility). Warschau houdt vol dat nieuwe veiligheidsuitgaven niet ten koste mogen gaan van regionaal ontwikkelingsgeld. Roemenië volgt dezelfde logica, maar heeft minder ruimte: de staatsschuld bedraagt 63,5% van het bbp en het land valt onder de buitensporigtekortprocedure van de EU, met scherper toezicht op de overheidsuitgaven (European Commission EDP, ZF). Boekarest wil EU-subsidies voor verbindingen rond de Zwarte Zee en voor militaire mobiliteit, maar verzet zich tegen constructies die zware nationale cofinanciering vereisen. Voor Bulgarije is het voorstel concreet: wegen, havens en stroomverbindingen die via Griekenland naar de Egeïsche Zee lopen (TEN-T).
Duitsland en Nederland bepalen de weerstand. De regering-Merz is niet tegen infrastructuur; Berlijn werkt immers zelf aan een grote binnenlandse investeringsimpuls. Het bezwaar zit in de financiering via een grotere Europese pot. Door Duitsland aangevoerde lidstaten drukten de jaarlijkse begroting voor 2027 met ongeveer € 8 miljard onder het voorstel van de Commissie (Zeit). Berlijn presenteert zijn Europese prioriteiten daarbij vooral als concurrentiekracht, niet als grotere transfers (Bundesregierung). Nederland en de Noordse bondgenoten blijven sceptisch over hogere uitgaven, al is er meer ruimte zodra defensie of concurrentievermogen als argument op tafel ligt (Occitanie Europe).
Griekenland kan de menukaart vormgeven, maar het kan anderen niet dwingen de rekening te betalen. Het voorzitterschap telt pas echt als Athene "netwerken" verandert van een handige vlag in een financieringsroute die zowel cohesielanden als nettobetalers thuis kunnen verdedigen.
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 7/17/2026, 11:12:26 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260717_090439
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication