Skip to main content
TECH_SCIENCE04 / 05 · verhaal van de dag3 min · 791 woorden · 14 bronnen

Pancreaskankerpil verdubbelt overleving bijna

✦
Geschreven door AIto brief AI · 9 september 2026, 02:50
Hoe het werd geschreven

A long-resistant cancer finally meets a drug that changes survival.

Beeldcompositie · tobrief
de tekst · 3 min lezen

Uitgezaaide alvleesklierkanker behoort tot de moeilijkst te behandelen vormen van kanker. Op 26 augustus keurde de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit FDA daraxonrasib goed, een dagelijkse pil die in een fase III-onderzoek de mediane overleving verlengde tot 13,2 maanden, tegenover 6,7 maanden met standaardchemotherapie. Aan het onderzoek deden patiënten mee bij wie de ziekte na één eerdere behandeling verder was gegroeid. De goedkeuring gaat verder: ze geldt voor volwassenen met uitgezaaid adenocarcinoom van de alvleesklier die minstens één systemische behandeling hebben gehad, maar ook voor patiënten die geen combinatiechemotherapie verdragen. Die laatste groep maakte geen deel uit van de gerandomiseerde vergelijking.

De FDA noemt daraxonrasib de "eerste doelgerichte therapie in zijn klasse voor uitgezaaide alvleesklierkanker". Revolution Medicines brengt het middel op de markt als RASONQUE. Aan de goedkeuring ligt een afgerond fase III-onderzoek ten grondslag, gepubliceerd in het New England Journal of Medicine. Het besluit steunt dus op daadwerkelijk gemeten overleving, niet op een vervangende uitkomstmaat of een eerste signaal uit vroeg onderzoek.

Waarom dit eiwit zo moeilijk te raken was

Bij de meeste gevallen van alvleesklierkanker spelen mutaties in het eiwit KRAS een drijvende rol. KRAS werkt als een schakelaar in de cel: het eiwit gaat aan om een groeisignaal door te geven en schakelt zichzelf vervolgens weer uit. Kankerverwekkende mutaties zetten die schakelaar vast in de aanstand, waardoor de cel voortdurend opdrachten krijgt om te groeien en zich te delen.

Wetenschappers herkenden dit mechanisme al in de jaren tachtig, maar slaagden er lange tijd niet in er een geneesmiddel tegen te ontwikkelen. Het oppervlak van het eiwit is immers ongewoon glad en mist de diepe groeven waarin geneesmiddelen zich doorgaans kunnen vastzetten.

In 2013 ontdekten onderzoekers een verborgen holte in één specifieke gemuteerde vorm, KRAS-G12C. De combinaties van letters en cijfers verwijzen naar verschillende veranderingen op dezelfde positie in het eiwit. De ontdekking leverde goedgekeurde geneesmiddelen op, maar die werken uitsluitend tegen deze ene variant. De mutaties die bij alvleesklierkanker het vaakst voorkomen, G12D, G12V en G12R, bleven buiten bereik.

Daraxonrasib kiest een andere route. Volgens een onderzoek uit 2024 naar het werkingsmechanisme bindt het middel zich eerst aan cyclofiline A, een eiwit dat in grote hoeveelheden in cellen voorkomt. Het ontstane complex hecht zich vervolgens aan actief RAS, zodat dit zijn groeisignaal niet meer kan doorgeven. Deze aanpak richt zich op een oppervlak dat meerdere RAS-varianten gemeen hebben, in plaats van op een holte die slechts bij één mutatie voorkomt. Daardoor kan daraxonrasib ook aangrijpen op de varianten die in alvleeskliertumoren domineren.

Wat het onderzoek heeft gemeten

Voor het RASolute 302-onderzoek werden in internationale behandelcentra 500 patiënten door loting verdeeld over daraxonrasib en een van vier gangbare chemotherapieschema's, gekozen door de behandelend arts. Alle deelnemers hadden uitgezaaide alvleesklierkanker die na één eerdere behandeling was verergerd. Hun lichamelijke conditie was nog goed genoeg voor lichte activiteiten en persoonlijke verzorging.

Voor deze ziekte waren de uitkomsten ongewoon eenduidig. In de dominante groep met een RAS-G12-mutatie leefde na één jaar 53,3%, tegenover 18,7% van de patiënten die chemotherapie kregen. De hazardratio voor overlijden bedroeg 0,40. Dat betekent dat het geschatte overlijdensrisico gedurende de onderzoeksperiode met daraxonrasib aanzienlijk lager lag. Onafhankelijke beoordelaars die niet wisten welke behandeling een patiënt kreeg, zagen op scans bij ongeveer 30% van de daraxonrasibgroep een meetbare afname van de tumor. Met chemotherapie was dat 11%.

Bijwerkingen kwamen wel veel voor. Volgens de officiële productinformatie kreeg ongeveer 85% van de patiënten huiduitslag, 58% diarree en 53% mondzweren. Ernstige bijwerkingen en het voortijdig staken van de behandeling kwamen minder vaak voor dan bij chemotherapie. Ook meldden patiënten dat verergering van de pijn beduidend later optrad.

Deze percentages beschrijven uitkomsten voor een groep relatief fitte patiënten die precies één eerdere behandeling hadden ondergaan. Voor een individuele patiënt bieden ze geen garantie op hetzelfde resultaat. De mediane vervolgduur bedroeg bovendien 8,5 maanden. Hoe duurzaam het effect op langere termijn is, moet dus nog blijken.

Europese toegang laat nog op zich wachten

Het besluit van de FDA heeft geen rechtsgevolg in de EU. In juli 2026 begon het Europees Geneesmiddelenbureau EMA met een gefaseerde beoordeling via zijn Cancer Medicines Pathfinder. Daarbij beoordeelt het agentschap al gegevens voordat de fabrikant een volledige handelsvergunningsaanvraag indient. Begin september stond in de openbare registers nog geen volledige aanvraag, ontbrak een tijdpad voor goedkeuring en waarschuwde het EMA dat het totale beoordelingsschema "nog niet kon worden voorzien". In april kreeg daraxonrasib ook de Europese status van weesgeneesmiddel voor alvleesklierkanker. Die status biedt regelgevende voordelen, maar is geen marktvergunning. Ook na een positief Europees besluit bepalen nationale onderhandelingen over prijs en vergoeding wanneer patiënten het middel daadwerkelijk kunnen krijgen.

Bij relatief fitte patiënten bij wie uitgezaaide alvleesklierkanker na één behandeling verder groeide, leverde daraxonrasib in een degelijk opgezet onderzoek een langere overleving op dan chemotherapie. Vroege onderzoeksgegevens bij longkanker laten voor hetzelfde middel responspercentages van 31% tot 37% zien; fase III-onderzoeken lopen nog. Preklinische modellen wijzen overigens op verscheidene manieren waarop tumoren resistent zouden kunnen worden. Of die mechanismen ook bij patiënten een rol spelen, is nog onbekend. Evenmin staat vast of Europese toezichthouders het middel goedkeuren en wanneer nationale zorgstelsels het vervolgens beschikbaar stellen.

Details about this article
Model:
claude-opus-4-6
Generated:
9/9/2026, 2:45:26 AM
Pipeline run:
eu_pipeline_20260909_005005
Watermark:
SynthID (Google's invisible watermark)
Human review:
None before publication
Learn more about our methodology →