Skip to main content
EU_PUBLIC_AFFAIRS01 / 08 · verhaal van de dag3 min · 680 woorden · 139 bronnen

Parijs en Berlijn schrappen €100bn-jager

Geschreven door AIto brief AI · 9 juni 2026, 03:50
Hoe het werd geschreven

The shared dream of European air power shatters into separate industrial fragments.

Beeldcompositie · tobrief
de tekst · 3 min lezen

Negen jaar lang probeerden Duitsland en Frankrijk samen een gevechtsvliegtuig van de zesde generatie te bouwen. Het programma, geraamd op € 100 miljard, moest rond 2040 zowel de Eurofighter als de Rafale vervangen en aantonen dat Europese defensiesamenwerking ook hardware kon opleveren, niet alleen slotverklaringen. Op 8 juni trokken bondskanselier Merz en president Macron er officieel de stekker uit. De oorzaak lag bij de twee bedrijven die het toestel moesten bouwen. Dassault Aviation en Airbus Defence zijn rechtstreekse concurrenten op de exportmarkt en konden de technologie die hun vliegtuigen verkoopbaar maakt niet met elkaar delen.

De Europese gevechtsluchtvaart valt daarmee uiteen in minstens drie sporen. Geen daarvan levert wat het Future Combat Air System (FCAS) moest worden: één platform, gedragen door gebundelde industriële macht.

Waarom twee bedrijven geen vliegtuig konden bouwen

Het conflict was eerst commercieel en daarna pas politiek. Dassault bouwt de Rafale en verkoopt die aan India, Griekenland, Egypte en de Golfstaten. Airbus dingt via het Eurofighter-consortium mee naar een deel van dezelfde klanten. Het delen van vluchtcontrolesoftware, stealtharchitectuur en sensorfusie zou neerkomen op het "bewapenen van een rivaal bij dezelfde aanbestedingen".

De bestuursstructuur maakte het probleem groter. Dassault mocht zich hoofdaannemer van het gevechtsvliegtuig noemen, maar Airbus vertegenwoordigde zowel Duitsland als Spanje, twee van de drie betalende regeringen. Bij elke governance-stemming stond Dassault dus op achterstand. Topman Eric Trappier zei het zonder omhaal: "Bij stemmingen verlies ik altijd. Ik ben één tegen twee." Een bindend arbitragesysteem ontbrak. Elk technisch meningsverschil schoof door van ingenieurs naar ministers en uiteindelijk naar regeringsleiders. De Franse defensiesite Opex360 noemde FCAS daarom een programma "getrouwd zonder huwelijkscontract".

Een laatste bemiddelingspoging in het voorjaar van 2026 leverde twee afzonderlijke rapporten op met onverenigbare conclusies. Merz zei tegen Macron dat de bedrijven er nooit uit zouden komen. Macron legde zich daarbij neer.

Drie sporen vervangen één programma

GCAP (het Global Combat Air Programme van het Verenigd Koninkrijk, Italië en Japan) is nu het enige programma voor een gevechtsvliegtuig van de zesde generatie met werkende besluitvorming en een demonstrator die eind 2027 op schema ligt. De joint venture, Edgewing, verdeelt het eigendom gelijk tussen BAE Systems, Leonardo en het Japanse JAIEC, met één ontwerpautoriteit. Precies die structurele keuze ontbrak bij FCAS. Alleen Italië heeft al € 18,6 miljard toegezegd. Duitsland polste Rome al in januari 2026 over toetreding, maar Berlijn wil dat Airbus bij elk toekomstig gevechtsvliegtuig mede de leiding krijgt. Dat past niet in de bestaande Edgewing-structuur. Japan verzet zich tegen nieuwe ontwikkelingspartners, met een beroep op risico's voor de planning richting 2035 en zorgen over informatiebeveiliging.

Voor Duitsland ligt een afzonderlijk programma onder leiding van Airbus meer voor de hand, mogelijk met Spanje en het Zweedse Saab. Michael Schöllhorn, topman van Airbus Defence, bevestigde "productieve maar vertrouwelijke" gesprekken met Stockholm. De topman van Saab benadrukte overigens dat er nog geen formele onderhandelingen lopen.

Frankrijk gaat alleen verder. Dassault heeft financiering voor de Rafale F5-upgrade en voor een stealthdrone op basis van de nEUROn-demonstrator. Daarmee kiest Parijs opnieuw voor de route van 1985, toen Frankrijk uit het Eurofighter-consortium stapte en zelfstandig de Rafale ontwikkelde.

Spanje, de derde FCAS-partner, verliest het meest. Madrid wees de F-35 af uit soevereiniteitsoverwegingen, heeft geen plek aan de GCAP-tafel en verkent eerste gesprekken met Turkije over de nog niet voltooide KAAN-jager.

De lus van veertig jaar

Het patroon is bekend. In 1985 eiste Frankrijk industriële voorrang in wat later de Eurofighter werd. Toen dat werd geweigerd, stapte Parijs op en bouwde het de Rafale alleen. De onderliggende oorzaak is dezelfde gebleven: bedrijven die elkaar op exportmarkten beconcurreren, kunnen hun intellectueel eigendom maar beperkt delen.

Het diepere probleem ligt op EU-niveau. Europese defensie-instrumenten zoals EDIP, het nieuwe defensie-industrieprogramma, en SAFE, de leningsfaciliteit van € 150 miljard voor defensie-investeringen, zijn ontworpen voor programma's met hoofdzetel binnen de EU. Het enige werkende programma voor een gevechtsvliegtuig van de zesde generatie loopt via Reading en Tokio. Als Duitsland uiteindelijk bij GCAP aansluit, vliegen twee van de drie grootste defensie-uitgevers van de EU straks met een toestel waarvan de ontwerpautoriteit buiten de Unie ligt. België heeft zijn conclusie al getrokken en bestelde extra F-35's zodra FCAS dood werd verklaard.

Negen jaar lang waren Berlijn, Parijs en Madrid het eens over de bestemming: een Europees gevechtsvliegtuig, gebouwd door Europese industrie. Wat ze nooit oplosten, was wie leidt, wie volgt en wie het resultaat mag verkopen.

How was this article?

Help us get better

Details about this article
Model:
claude-opus-4-6
Generated:
6/9/2026, 3:01:30 AM
Pipeline run:
eu_pipeline_20260609_015007
Watermark:
SynthID (Google's invisible watermark)
Human review:
None before publication
Learn more about our methodology