Parijs en Berlijn overwegen 90%-norm voor auto's

The reported deal would let new cars retain emissions without compensation.
Beeldcompositie · tobriefParijs en Berlijn willen de EU-regel voor auto-uitstoot in 2035 versoepelen en overheidssteun voor auto's reserveren voor voertuigen die in Europa zijn gebouwd. Volgens Reuters en AFP zou de voorlopige tekst uitgaan van een reductie van 90%, zonder verplichting de resterende uitstoot te compenseren (Reuters, AFP via France 24). Berlijn heeft nog niet ingestemd, de gemelde versies verschillen over de ruimte die autofabrikanten krijgen en geen van de voorstellen is wet.
Drie versies van één regel
Eerst de wet die nu geldt. Vanaf 2035 moet iedere autofabrikant de gemiddelde CO₂-uitstoot uit de uitlaat van alle nieuwe auto's die het verkoopt met 100% terugbrengen ten opzichte van 2021 (Verordening (EU) 2023/851). Daarom wordt de regel vaak een verbod op verbrandingsmotoren genoemd, al geldt die niet voor auto's die al op de weg rijden of voor de occasionmarkt.
De Europese Commissie stelde in december 2025 een minder strenge variant voor. Die schrijft een reductie van 90% voor; autofabrikanten zouden de resterende tien procentpunten compenseren met kredieten voor hernieuwbare brandstoffen en in de EU geproduceerd koolstofarm staal (COM(2025)995).
Zoals Reuters en AFP de tekst beschrijven, handhaaft het Frans-Duitse ontwerp het doel van de Commissie, maar schrapt het de compensatieplicht. Autofabrikanten zouden de resterende uitstoot dan gewoon mogen veroorzaken.
POLITICO, dat zegt concepttekst te hebben ingezien, beschrijft een ruimere versoepeling. Die versie koppelt extra speelruimte aan investeringen in alternatieve brandstoffen, waardoor de effectieve reductie dichter bij 80% kan uitkomen. Ook zouden 'superkredieten' gelden, waarbij elke elektrische auto meer dan één keer meetelt in het gemiddelde van een fabrikant (POLITICO). Omdat geen ontwerp is gepubliceerd, kan niemand buiten de onderhandelingen de precieze rekensom vaststellen.
De fabrieken als tegenprestatie
De tegenprestatie voor autofabrikanten staat in een apart wetsvoorstel: de Industrial Accelerator Act van de Commissie. Dat voorstel koppelt subsidies en overheidsopdrachten aan productie in Europa. Voor een auto die onder de regeling valt, moet de assemblage in de EU plaatsvinden en moet doorgaans ten minste 70% van de waarde van de onderdelen buiten de batterij afkomstig zijn van bronnen die de wet erkent (voorstel IAA).
Deze toets bepaalt wie aanspraak kan maken op een aankoopvoucher of een overheidscontract voor een wagenpark. Wie zelf betaalt, kan ook auto's kopen die elders zijn gebouwd. Omdat de emissieregels en subsidievoorwaarden in afzonderlijke wetsvoorstellen staan, kunnen Parijs en Berlijn die afspraak niet zelf in de wet vastleggen. Ze kunnen haar alleen als gezamenlijk standpunt bepleiten.
Ook het Verenigd Koninkrijk zou in aanmerking kunnen komen. Reuters meldde dat het ontwerp productie in de EU meetelt, net als productie bij Europese partners die op 1 januari 2020 deel uitmaakten van de interne markt, mits zij volledige wederkerigheid bieden en de EU-regels blijven volgen (Reuters). Frankrijk had zijn bezwaar tegen opname van het VK laten vallen (The Guardian).
Wie kan het nog tegenhouden?
De eerste horde ligt in Berlijn. POLITICO meldde bezwaren van de sociaaldemocraten, coalitiepartner van bondskanselier Friedrich Merz, en citeerde een regeringswoordvoerder die zei dat er nog geen definitief akkoord was (POLITICO).
Zelfs met een ondertekende tekst zouden de onderhandelingen pas beginnen. Frankrijk en Duitsland hebben bondgenoten nodig in de Raad, waar de ministers van de lidstaten stemmen: ten minste 15 van de 27 regeringen, samen goed voor 65% van de EU-bevolking (Raad). Ook het Europees Parlement moet dezelfde tekst goedkeuren. De plenaire data van 23 november en 14 december zijn ramingen, geen deadlines (procedurebestand van het Parlement).
De regeringen zijn het oneens. Het Tsjechische standpunt, dat op 16 maart is goedgekeurd, vraagt om lagere doelen en meer flexibiliteit. Het erkent ook dat verwerping van de hervorming bij een stemming de strengere regel kan laten staan (Tsjechisch ministerie van Industrie). Die uitgesproken prioriteiten maken ook een onvolmaakte versoepeling aantrekkelijk voor Praag.
Zweden kiest een andere koers. Op 27 juli zei klimaatminister Romina Pourmokhtari tegen het parlement dat de eisen voor 2035 goed in balans waren en Zweedse autofabrikanten beloonden die vroeg waren overgestapt op elektrisch rijden (Riksdag). Stegra, een Zweedse producent van groen staal, had de regering gevraagd het staalkrediet te behouden dat het Frans-Duitse ontwerp zou schrappen (indiening van Stegra).
Als Reuters en AFP de niet-gepubliceerde tekst juist weergeven, hoeven autofabrikanten de uitstoot die resteert bij het door de Commissie voorgestelde doel niet meer te compenseren. Daar staat tegenover dat publiek geld voor auto's naar fabrieken in Europa zou gaan. Of dat gebeurt, hangt nog af van instemming van Merz' coalitie, een meerderheid in de Raad met steun van regeringen van Praag tot Stockholm en een stemming in het Parlement. Berlijn moet eerst duidelijkheid geven: tekent het, en voor welk reductiepercentage?
Details about this article
- Model:
- claude-opus-5-5
- Generated:
- 10/16/2026, 1:34:11 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20261016_005006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication