Politie zet Özel uit CHP-hoofdkwartier

The appellate court partitions the winner from the law.
Beeldcompositie · tobriefDe oproerpolitie vuurde zondag traangas af in het hoofdkantoor van Turkije's grootste oppositiepartij. Daarmee werd de gekozen partijleider uit het gebouw gedwongen, vier dagen nadat een rechtbank hem al uit zijn functie had gezet. De inval bij de CHP, de Republikeinse Volkspartij en de oudste politieke partij van Turkije, vormde het sluitstuk van een juridische operatie tegen de politicus die president Recep Tayyip Erdoğan aan de stembus kan verslaan. Europa reageerde met een verklaring van een woordvoerder.
De rechter verving de winnaar door de verliezer
Onder Özgür Özel won de CHP bij de Turkse lokale verkiezingen van 2024 de meeste burgemeestersposten, het beste resultaat van de partij in twintig jaar (Handelsblatt). Voor het eerst in een generatie lieten peilingen zien dat de oppositie weer kon concurreren met Erdoğans AKP. Een hof van beroep in Ankara ruimde dat probleem op 21 mei op. Het verklaarde het CHP-partijcongres van 2023 ongeldig wegens beschuldigingen van omkoping en beval dat Kemal Kılıçdaroğlu terugkeerde als partijleider. Kılıçdaroğlu verloor in 2023 de presidentsverkiezingen van Erdoğan.
De rechter zette dus de tegenstander die kon winnen opzij en haalde de tegenstander terug die al had verloren. Paul Levin van het Institute for Turkish Studies van de Universiteit van Stockholm formuleerde het scherp: "Erdogan has decided he cannot allow the same thing that happened to Orbán to happen to him" (GP).
Toen Özel weigerde het CHP-hoofdkantoor te verlaten, knipten meer dan honderd agenten het hek open en zetten zij traangas in het gebouw in. In de regen liep hij naar het parlement, waar hij zijn aanhangers zei dat de partij de straat op zou gaan.
Europa rekent en zwijgt daarna
De formele reactie van de EU kwam vóór de inval en bleef ver onder het politieke niveau. Een woordvoerder van de Europese Dienst voor Extern Optreden, de diplomatieke dienst van de EU, stelde dat het rechterlijke besluit "vragen oproept over de rechtsstaat" (EEAS). Commissievoorzitter Von der Leyen zei niets. Hoge vertegenwoordiger Kallas zei niets. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Johann Wadephul sprak zijn "bezorgdheid" uit (Handelsblatt). Frankrijk zweeg.
Die terughoudendheid past in een breder patroon in het Europese buitenlandbeleid: hoe groter de greep van een land op Europese belangen, hoe zwakker de handhaving van democratische normen. Turkije heeft troeven in het migratiebeheer, zit in de commandostructuur van de NAVO en verkoopt bewapende drones aan meerdere Europese partners. Geen enkele regering heeft een beleidsherziening aangekondigd. Geen enkele hoofdstad heeft gevraagd om de defensiesamenwerking opnieuw te beoordelen.
Turkije-analist Gönül Tol waarschuwde dat Ankara werkt aan "a system modeled on Russia, where the ruler determines the opposition" (Handelsblatt). Het vastgelopen EU-toetredingsproces, in theorie toch het instrument waarmee Brussel democratische voorwaarden aan kandidaat-lidstaten kan opleggen, blijft onaangeroerd.
De tegenstelling die niemand benoemt
Özel heeft opgeroepen tot een nieuw CHP-congres. De Turkse Hoge Kiesraad, het constitutionele orgaan dat toezicht houdt op partijcongressen, kwam in spoedzitting bijeen om te beoordelen of de civiele rechter wel bevoegd was over interne partijkwesties. Een uitspraak in Özels voordeel zou twee onderdelen van de Turkse rechterlijke macht tegenover elkaar zetten.
De geopolitieke tegenstelling is intussen al zichtbaar. NAVO-bondgenoten zullen aanschuiven bij een gastheer die de oproerpolitie naar het hoofdkantoor van zijn tegenstander stuurde. De EU heeft een toetredingskader dat precies voor dit soort situaties is ontworpen: een kandidaat-lidstaat die via juridische manipulatie de oppositiepolitiek afbreekt. Beide instrumenten bestaan. Geen van beide wordt ingezet.
De afstand tussen beschikbare middelen en politieke wil valt samen met de strategische positie van Turkije. Hongarije, dat minder drukmiddelen tegenover Europa heeft, kreeg te maken met bevroren fondsen, Artikel 7-procedures, de zwaarste democratische sanctie van de EU, en aanhoudende institutionele druk. Turkije, dat vluchtelingenstromen kan beïnvloeden en militair-geografisch op een cruciale plek ligt, krijgt een woordvoerder die vaststelt dat er vragen rijzen. De handhaving wordt zwakker naarmate de afhankelijkheid groter wordt. Ankara weet dat, en handelt er ook naar.
How was this article?
Help us get better
Help us get better
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 5/25/2026, 3:10:17 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260525_015006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication