Krachtige El Niño vertroebelt Europese winter

A warmer Pacific shifts Europe’s winter odds from far away.
Beeldcompositie · tobriefDe equatoriale Stille Oceaan warmt op richting een van de sterkste El Niño’s sinds ten minste 1950, meldt de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO). Voor Europa verschuift dat de seizoenskansen, maar het bepaalt niet of een land een natte, zachte of koude winter krijgt. Daarvoor moet je eerst weten wat de opvallende cijfers precies meten.
Twee meetlatten voor één warme oceaan
Weersvoorspellers volgen een lange strook oceaan langs de evenaar in het centrale deel van de Stille Oceaan, Niño 3.4 genoemd (Climate Reanalyzer). Ze berekenen daar de gemiddelde oppervlaktetemperatuur en vergelijken die met het langjarig gemiddelde. Het verschil heet de ‘afwijking’. De WMO verwacht dat die van oktober tot en met december gemiddeld ongeveer 3,7°C boven normaal uitkomt. Tijdens de piek van november 2015 tot en met januari 2016 was dat 2,6°C (WMO).
De Amerikaanse klimaatautoriteit NOAA meet hetzelfde zeewater op een andere manier. Voor de Relative Oceanic Niño Index neemt NOAA de afwijking over drie maanden in Niño 3.4, trekt daar de gemiddelde afwijking van alle tropische oceanen van af en past vervolgens nog een statistische correctie toe (NOAA). Je kunt het vergelijken met een hardloopwedstrijd waarin iedereen wind mee heeft. Trek je het voordeel af dat het hele veld kreeg, dan blijft alleen de voorsprong van de koploper over.
Volgens die strengere maatstaf is er 83% kans dat de waarde in oktober–december +2,5°C bereikt. Dat is NOAA’s grens voor een gebeurtenis van historische sterkte, en ligt boven de piekwaarden van +2,3°C tot +2,4°C in 1982–83, 1997 en 2015 (NOAA strength probabilities). De cijfers van de WMO en NOAA zijn gebaseerd op verschillende meetlatten en moeten dus niet worden gelezen als concurrerende temperatuurmetingen.
Sommige berichtgeving ging verder. Weatherzone meldde dat de temperatuur in het gebied op 5 oktober voor het eerst boven 30°C uitkwam in een dagelijkse dataset die in 1981 begint (Weatherzone, Climate Reanalyzer). Die meting was voorlopig; de waarde en de recordrangschikking konden niet onafhankelijk worden gereproduceerd. In NOAA’s weektabel staat 29,9°C voor de week rond 30 september, tegenover 29,8°C voor een week nabij de piek van 2015 (NOAA weekly data). Die cijfers bevestigen dat het ongewoon warm is, maar een andere week en meetperiode kunnen het dagelijkse record niet bevestigen.
Hoe één stuk oceaan de regen over de wereld verplaatst
Normaal duwen de passaatwinden uit het oosten warm oppervlaktewater richting Indonesië en Australië, terwijl verder naar het oosten kouder water omhoogkomt. Als je gelijkmatig over een bad blaast, schuift het water naar de overkant. Houd je op, dan klotst het terug. Wanneer de passaatwinden afzwakken, verspreidt warm water zich naar het oosten en volgen de regenwolken. De veranderde luchtstroming verzwakt de wind vervolgens verder. Zo voedt het proces zichzelf (NOAA explainer).
In de beoordeling van 8 oktober ziet NOAA dat patroon terug in de wind, neerslag en oceaan. Op sommige diepten in de oostelijke Stille Oceaan is het water bovendien meer dan 10°C warmer dan normaal (NOAA diagnostic).
Als de belangrijkste regenzone in de tropen verschuift, verandert ook waar lucht opstijgt en daalt. Dat beïnvloedt de seizoenskansen duizenden kilometers verderop. De WMO verwacht meer regen in delen van de Grotere Hoorn van Afrika en minder regen in delen van het Indisch subcontinent (WMO outlook). Het gaat om verschoven kansen voor grote gebieden; verder reikt het signaal uit de Stille Oceaan niet.
Europa ligt aan het eind van een lange keten
Een overzicht van het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts en Copernicus, bijgewerkt op 5 oktober, laat zien dat de gemiddelde reactie van Europa op El Niño verschilt tussen november–december en januari–februari (ECMWF/Copernicus). Ook winters met een sterk signaal uit de Stille Oceaan liepen sterk uiteen. Drukpatronen boven de Atlantische Oceaan, omstandigheden rond de polen en de stratosfeer, de bovenste laag van de atmosfeer, werken allemaal in op de invloed van de Stille Oceaan.
Het Britse Met Office beschreef op 5 oktober beide kanten van het patroon (Met Office). El Niño kan de kans op natter, stormachtiger en zachter weer in Groot-Brittannië vergroten, vooral in de late herfst en vroege winter. Na de piek van het verschijnsel kan een zwakkere poolwervel, de ring van winden hoog boven het noordpoolgebied, de kans op koude periodes later in het seizoen vergroten. Geen van beide signalen voorspelt, benadrukt de Britse weerdienst, waar sneeuw zal vallen.
Het stevigste cijfer is de bijna 100% kans volgens de WMO dat de gebeurtenis in de Stille Oceaan tot en met februari aanhoudt (WMO). Dat cijfer zegt iets over de oceaan, niet over het Europese weer. Een zeer warme Stille Oceaan kan de seizoenskansen in Europa verschuiven, maar voorspelt niet hoe de winter in een afzonderlijk land verloopt. De landelijke verwachtingen die in de loop van de herfst worden bijgewerkt, zullen die kansen verder aanscherpen.
Details about this article
- Model:
- claude-opus-5-5
- Generated:
- 10/9/2026, 1:29:19 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20261009_005006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication