Zes landen willen raffinageheffing

Refinery margins multiply long before drivers reach the pump.
Beeldcompositie · tobriefZes ministers van Financiën willen dat de EU praat over een belasting op overwinsten van oliemaatschappijen. Duitsland, Italië, Oostenrijk, Polen, Portugal en Spanje hebben daarover een gezamenlijke brief gestuurd aan Ierland, dat momenteel het roulerende voorzitterschap van de EU-Raad bekleedt en dus zes maanden lang de ministeriële vergaderingen voorzit. De zes vragen Dublin om het onderwerp op de agenda te zetten van een komende vergadering van de ministers van Financiën (Business Recorder/AFP, DW).
De brief kwam er op initiatief van de Duitse minister Lars Klingbeil. Volgens de ondertekenaars verdienen oliemaatschappijen aan winsten en raffinagemarges die harder zijn opgelopen dan de prijs van ruwe olie zelf (Les Echos, n-tv). Maar een verzoek om een discussie is nog geen belastingwet. Tussen beide ligt in Brussel nogal wat procedure.
Waarom zes ministers geen belasting kunnen maken
Voor Europese belastingmaatregelen is unanimiteit nodig. Alle 27 lidstaten moeten instemmen, nadat de Europese Commissie eerst een formeel voorstel heeft ingediend (Artikel 113 VWEU, Artikel 115 VWEU). Eén regering kan het voorstel dus blokkeren. Zo'n Commissievoorstel ligt er niet, en er is ook geen conceptwettekst opgedoken (besluitvorming in de Raad).
De zes hebben wel een voorbeeld. In 2022 voerde de EU via Verordening 2022/1854 een tijdelijke "solidariteitsbijdrage" in. Lidstaten moesten daarmee minstens 33% afromen van de belastbare winst van fossielebedrijven boven een drempel die 20% hoger lag dan hun gemiddelde winst in de vier voorgaande jaren. Die heffing was gericht op overwinst bij ruwe olie, aardgas, kolen en raffinage. Het was dus geen accijns per liter brandstof. Volgens berichten wil de huidige brief voortbouwen op dat precedent.
De belastingzaak begint in de raffinaderij
Raffinagemarges zijn het verschil tussen de prijs van ruwe olie en de prijs van de benzine of diesel die raffinaderijen daaruit maken. Als die marges oplopen, wordt brandstof al duurder voordat zij bij de pomp komt. Een analyse van de ECB liet precies dat patroon zien tijdens de recente prijsschok (ECB).
Bank Austria schatte dat Oostenrijkse brandstofprijzen in juli ongeveer 10 cent per liter lager zouden zijn geweest zonder de hogere raffinagemarges (Leadersnet). Barclays zette de Europese raffinagemarges op vijf tot zes keer het normale niveau en noemde het Oostenrijkse OMV als een van de bedrijven die daarvan profiteren (Investing.com). Raffinaderijen kunnen dus meer verdienen, ook wanneer ruwe olie zelf minder hard stijgt dan de brandstofprijs.
Wie wint en wie verliest? Automobilisten verliezen wanneer de marges oplopen. Oliemaatschappijen en hun aandeelhouders winnen. TotalEnergies kocht half augustus in slechts vijf handelsdagen bijna 1,6 miljoen aandelen terug voor ongeveer € 120 miljoen (ZoneBourse). Overheden kunnen extra inkomsten krijgen als een heffing standhoudt. Automobilisten profiteren alleen als de belasting zo wordt ontworpen dat bedrijven de kosten niet via hogere groothandelsprijzen alsnog doorberekenen.
Sommige ondertekenaars handelen al op eigen houtje
Portugal heeft een tijdelijke solidariteitsbijdrage van 33% goedgekeurd op winsten in de oliesector in 2026 die boven een basisniveau uitkomen. Dat ontwerp leunt rechtstreeks op de EU-aanpak uit 2022 (Xinhua, Jornal Economico). Polen probeerde een scherper instrument: een heffing van 60% op buitengewone winst uit brandstofverkoop. Die moest ongeveer 4 miljard zloty opleveren en gelden voor 20 tot 30 bedrijven, waaronder het staatsgecontroleerde Orlen. President Nawrocki blokkeerde de maatregel en stuurde hem naar het Constitutioneel Tribunaal. Warschau zoekt nu een omweg: een tijdelijke verhoging van de vennootschapsbelasting voor grote energiebedrijven naar 30% in 2027 (Money.pl, Polsat News).
Frankrijk, thuisland van TotalEnergies, ontbreekt opvallend genoeg bij de ondertekenaars. Parijs heeft al een brede extra belasting op winsten van grote bedrijven, die ongeveer 300 ondernemingen raakt en dit jaar naar verluidt € 7,3 miljard oplevert (TF1 Info). Frankrijk belast grote bedrijven dus wel stevig, maar sluit zich niet aan bij een gerichte olieheffing die deels zijn eigen nationale kampioen zou raken.
Gaan automobilisten echt minder betalen?
Een overwinstbelasting wordt na afloop van de boekhoudperiode berekend en alleen over bedragen boven een vastgestelde drempel. Zij wordt niet automatisch op elke liter gezet, zoals bij accijns wel gebeurt. Poolse economen gebruikten precies dat argument tegen de redenering van de president dat de heffing direct aan de pomp zichtbaar zou worden (Radio ZET). Toch kunnen bedrijven met prijsmacht hun marges via de groothandelsprijs herstellen. De Oostenrijkse ervaring met een prijsplafond aan de pomp liet bovendien zien dat ondernemingen zo'n ingreep kunnen neutraliseren via timing en prijsverhogingen vooraf (trend).
De zaak voor een belasting bestaat dus. De ECB-data en marktgegevens laten zien dat raffinagemarges verder zijn opgelopen dan de ontwikkeling van ruwe olie rechtvaardigt, terwijl verschillende oliemaatschappijen dat geld teruggeven aan aandeelhouders. Maar het beleid is nog niet gebouwd. Zes welwillende ministers zijn geen 27 unanieme stemmen, er is geen juridische tekst die bepaalt wie hoeveel betaalt, en de ministers hebben de overwinst wel aangewezen zonder het doorberekeningsprobleem op te lossen.
How was this article?
Help us get better
Help us get better
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 8/23/2026, 1:52:42 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260823_005006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication