Zestien EU-landen wijzen defensieschuif van €2 biljoen af

Thousands of artillery shells are planted in rows where grain once grew.
Beeldcompositie · tobriefZestien EU-lidstaten hebben op 26 mei het begrotingsvoorstel van de Europese Commissie voor 2028-2034 afgewezen. Hun bezwaar: Brussel haalt geld weg bij boeren en armere regio's om een defensieopbouw te betalen waarvan vooral landen met een grote wapenindustrie profiteren. Daartegenover staan noordelijke nettobetalers, die juist een slankere begroting willen rond veiligheid en concurrentiekracht. Er staat bijna € 2 biljoen op het spel.
De grootste begrotingsverschuiving in een generatie
Het voorstel van de Commissie zet de uitgavenprioriteiten van de EU scherper om dan in eerdere begrotingsrondes. Landbouw en cohesiebeleid, dus de subsidies en infrastructuurgelden voor boeren en armere regio's, dalen van 62% van de totale EU-uitgaven naar ongeveer 44% (European Commission). De landbouwsubsidies onder het GLB, het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, krijgen te maken met een nominale korting van 24% tot een bodem van € 295,7 miljard (capreform.eu). De middelen voor cohesiebeleid krimpen met ongeveer 15% in reële termen (CEPR).
De pot voor defensie en concurrentiekracht wordt juist vijf keer zo groot, tot ongeveer € 131-140 miljard (Finabel). De totale begroting groeit naar bijna € 2 biljoen, maar die groei verdwijnt grotendeels in de nieuwe prioriteiten.
Ook de manier van uitbetalen verandert. De nieuwe begroting schuift op van vergoeding achteraf, waarbij een land uitgeeft en Brussel terugbetaalt, naar betalingen op basis van prestaties, naar het model van het coronaherstelfonds. Lidstaten moeten hervormingsmijlpalen halen voordat geld wordt vrijgegeven. Daarmee krijgt Brussel veel meer grip op de besteding in de lidstaten zelf. Voor ontvangende regeringen is dat bijna even gevoelig als de kortingen zelf.
Wie het geld werkelijk krijgt
Polen, de grootste netto-ontvanger van de EU met ongeveer € 12,9 miljard per jaar, leunt zwaar op cohesiegeld (IW Köln). In Zuid- en Oost-Europa vormen EU-fondsen een groot deel van de publieke investeringen. De zestien landen die de gezamenlijke verklaring ondertekenden, vooral uit die regio's en samen een meerderheid van de lidstaten, stellen dat juist de regelingen worden gekort waarvan zij het meest profiteren (Latvian MFA, Euronews).
Kijk vervolgens naar wie de wapens bouwt. Duitsland, Frankrijk en Zweden hebben de defensie-industrie die de nieuwe militaire contracten kan binnenhalen (Bruegel). Duitsland is nu al de grootste nettobetaler, met ongeveer € 19,8 miljard per jaar (Euronews). Onder de nieuwe begroting wordt het waarschijnlijk tegelijk een grotere betaler en een grotere ontvanger. De verschuiving verplaatst dus niet alleen geld tussen beleidsterreinen. Zij verplaatst ook geld tussen landen.
Lenen voor bommen, niet voor bruggen
Het scherpste argument van de zestien landen raakt aan een scheefheid die lastig weg te redeneren is. Vorig jaar keurde de EU € 150 miljard aan gezamenlijke leningen goed via SAFE, het Security Action for Europe-instrument, voor gezamenlijke defensieaankopen (Council of the EU). Voor regionale investeringen weigerde de Commissie een vergelijkbaar mechanisme. Als de EU gezamenlijk kan lenen voor wapens, vragen zuidelijke en oostelijke regeringen, waarom dan niet voor wegen en ziekenhuizen?
Die vraag wordt urgenter doordat de Recovery and Resilience Facility, het € 800 miljard grote coronaherstelfonds, in 2026 afloopt. Vanaf 2027 levert dat in afhankelijke landen naar schatting een jaarlijkse rem van 0,25 procentpunt op de bbp-groei op (EC Spring 2026 Forecast). Het Europees Parlement heeft gestemd voor een verhoging van 10% ten opzichte van het Commissievoorstel (European Parliament). Maar voor de begroting is unanimiteit in de Raad nodig, waardoor zuinige landen als Nederland, Zweden en Oostenrijk feitelijk een veto hebben.
Echte onderhandelingen in de Raad zijn nog niet begonnen. Waarschijnlijk gebeurt dat dit najaar. De zestien cohesielanden hebben dan wel een numerieke meerderheid, maar geen blokkeringsmacht. De zuinige landen hebben een veto, maar geen meerderheid achter zich. Ergens tussen die twee posities krijgt de zevenjarige uitgavenagenda vorm.
How was this article?
Help us get better
Help us get better
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 5/27/2026, 3:09:10 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260527_015006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication