Slovalco herstart met Slowaakse stroomsteun

Europe’s aluminium returns where public power keeps flowing.
Beeldcompositie · tobriefDeze week gingen bij aluminiumproducent Slovalco in Žiar nad Hronom de eerste elektrolyseovens weer aan. Drie jaar geleden legden de sterk gestegen stroomprijzen de productie van primair aluminium stil. De herstart is niet alleen relevant voor Slowakije. Hij laat zien welke deal Europese regeringen inmiddels moeten sluiten om energie-intensieve industrie overeind te houden: goedkope stroom, compensatie voor CO₂-kosten en voorlopig geen einddatum voor beide.
75.000 ton, geen 175.000
Slovalco brengt 75.000 ton jaarproductie terug, op een totale capaciteit van ongeveer 175.000 ton. Daarmee is een investering gemoeid van minstens € 100 miljoen. De resterende 100.000 ton hangt af van stroomcontracten die nog niet bestaan, en van voorwaarden voor de periode na 2030.
Premier Robert Fico presenteerde de herstart als het herstel van tot 17% van de Europese productie van primair aluminium. Dat cijfer rekent met de volledige capaciteit van Slovalco, niet met de 75.000 ton die nu werkelijk is toegezegd. Bovendien wordt het afgezet tegen alleen de EU-productie van primair aluminium, die door sluitingen van smelters is teruggevallen tot ongeveer 950.000 ton per jaar. De bredere Europese productie lag in de eerste helft van 2026 rond 3,6 miljoen ton. Welke noemer men ook kiest, de eerste stap is een stuk kleiner dan de politieke kop suggereert.
Goedkope stroom wordt industriebeleid
Primair aluminium maken, dus nieuw metaal uit erts via elektrolyse in plaats van recycling van schroot, kost uitzonderlijk veel elektriciteit. Voor één ton is ongeveer 14 megawattuur nodig. Stroom is doorgaans goed voor 30 tot 40% van de productiekosten. Daarom gaan smelters als eerste dicht wanneer prijzen pieken, en komen zij zonder steun als laatste terug.
De steun voor Slovalco bestaat uit twee delen. Eerst is er een langlopend leveringscontract met Vodohospodárska výstavba, het staatsbedrijf voor waterkracht. Dat levert ongeveer 100 MW constante stroom, dag en nacht. Smelters kunnen immers niet goedkoop aan en uit worden gezet. Zij hebben basislaststroom nodig tegen een prijs die duidelijk onder de marktprijs ligt. Die prijs is niet openbaar: het staatsbedrijf heeft contractvolumes en tarieven als bedrijfsgeheim aangemerkt.
Daarnaast heeft Bratislava de vergoeding voor CO₂-gerelateerde stroomkosten aangepast. Stroomproducenten berekenen de kosten van Europese emissierechten, het ETS, door in de groothandelsprijs. Daardoor wordt elektriciteit duurder voor grote verbruikers, ook wanneer zij zelf geen extra uitstoot veroorzaken. De Europese Commissie keurde in juli de vernieuwde Slowaakse regeling goed. Het budget voor het programma ging bijna drie keer over de kop, van € 250 miljoen naar € 710 miljoen, terwijl het aandeel van de subsidiabele kosten dat de staat mag vergoeden steeg van 75% naar 80%. Daarbovenop kreeg Slovalco verlichting op de heffing voor het nucleaire fonds en op andere lasten (Teraz). Slowaakse media ramen de jaarlijkse kosten van industriële verlichting uit het Milieufonds op ongeveer € 75 miljoen.
Slowakije staat hierin niet alleen. In dezelfde periode keurde de Commissie vergelijkbare regelingen voor compensatie van CO₂-stroomkosten goed voor Tsjechië, Frankrijk, Nederland, Oostenrijk en Spanje (Brussels Times). In Spanje startte Alcoa San Cibraó tegen april 2026 alle 512 ovens opnieuw op, goed voor het behoud van meer dan 1.000 banen. De levensvatbaarheid op langere termijn hangt daar toch nog altijd af van windparken die nog moeten worden gebouwd en van € 72 miljoen aan verwachte CO₂-compensatie. Het Duitse ministerie van Economische Zaken stelt dat goedkopere industriestroom toeleveranciers, fabrieken en vakmensen in eigen land houdt. Critici wijzen erop dat bestaande verlichting vaak weinig verandert. Volgens ARD zou één regeling een voorbeeldprijs voor industriestroom verlagen van 18 naar 17,6 cent per kilowattuur.
Wie betaalt, wie profiteert
De baten zijn geconcentreerd. Slovalco’s meerderheidsaandeelhouder, het Noorse aluminiumconcern Hydro (55,3%), en mede-eigenaar Penta Investments krijgen een producerend bedrijfsmiddel terug. Meer dan 200 werknemers in Žiar nad Hronom behouden hun baan. Industriële afnemers verderop in de keten krijgen weer een Europese bron van primair metaal, in plaats van import waarop nu 70 tot 80% van de EU-vraag leunt.
De kosten worden uitgesmeerd over belastingbetalers en klimaatbudgetten. Compensatie voor CO₂-kosten leidt ETS-veilingopbrengsten weg van groene programma’s of tekortreductie. Het staatsbedrijf legt stroom vast tegen niet-openbare voorwaarden, en ziet dus af van de opbrengst die verkoop op de vrije markt had kunnen opleveren. Dit is bovendien geen eenmalige investering, maar steun die jaar na jaar moet doorlopen. Slovalco laat zien dat herstart mogelijk is wanneer de staat stroomkosten blijft afdekken. Ook de eigenaren erkennen dat wel: voor de tweede helft van de fabriek leggen zij zich pas vast als er opnieuw garanties komen.
How was this article?
Help us get better
Help us get better
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 8/29/2026, 1:45:52 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260829_005007
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication