Skip to main content
EU_ECONOMICS06 / 08 · verhaal van de dag3 min · 546 woorden · 147 bronnen

TotalEnergies botst met Berlijn over €800 miljoen

Geschreven door AIto brief AI · 20 mei 2026, 03:50
Hoe het werd geschreven

The heavy commitments of offshore energy shatter against the new reality of capital.

Beeldcompositie · tobrief
de tekst · 3 min lezen

Drie jaar geleden boden TotalEnergies en BP € 12,6 miljard voor offshorewindlocaties in de Duitse Noordzee en Oostzee, zonder ook maar één cent subsidie te vragen. Politici zagen er het bewijs in dat hernieuwbare energie inmiddels op eigen benen kon staan. In mei 2026 willen beide concerns hun geld terug. Het model dat staatssteun overbodig moest maken, is in vier landen vastgelopen.

TotalEnergies heeft ongeveer € 800 miljoen aan aanbetalingen en garanties betaald en wil dat Berlijn de kavels terugneemt. BP doet via zijn joint venture Jera Nex BP een vergelijkbare poging. Beide bedrijven stellen dat de projecten financieel niet langer rond te rekenen zijn. Berlijn weigert: volgens de regering staat de bestaande wet niet toe dat eenmaal gegunde concessies worden teruggegeven, terwijl de eerste boetetermijn in het najaar van 2027 afloopt.

Hoe de rekensom stukliep

Tussen 2019 en 2023 raakten regeringen in Noord-Europa ervan overtuigd dat offshorewind geen staatssteun meer nodig had. Nederland gunde Hollandse Kust Zuid zonder subsidie. Duitsland ging verder met "negative bidding": bedrijven betaalden de overheid voor het recht om te mogen bouwen. De opbrengst van € 12,6 miljard was het hoogtepunt van dat vertrouwen. Het hield ongeveer drie jaar stand.

Tussen juli 2022 en september 2023 verhoogde de ECB haar beleidsrente van 0% naar 4%. Offshorewind behoort tot de meest kapitaalintensieve vormen van energieopwekking. De grootste kosten vallen aan het begin, bij turbines, funderingen en onderzeese kabels, terwijl de inkomsten over 25 jaar binnenkomen. Toen lenen goedkoop was, leverden zulke projecten nog een smalle marge op. Met financieringskosten die meerdere procentpunten hoger liggen, draaien veel projecten over hun hele levensduur verlies. Bouw- en componentkosten stegen met 30 tot 50% ten opzichte van 2021, terwijl de financieringskosten voor Europese projecten met 3 tot 4 procentpunt opliepen (KPMG/OFATE). Een project dat op aannames uit 2021 was gebouwd, kon zijn winstmarge daardoor volledig zien verdwijnen.

Ook het net hield geen gelijke tred. In Duitsland lopen levertijden voor offshoretransmissiecomponenten inmiddels op tot zes jaar. In Nederland heeft 60% van de uitbreidingsprojecten van TenneT gemiddeld 2,5 jaar vertraging. Een windpark zonder netaansluiting is een vastgelopen bezit: het kost geld in onderhoud, maar levert niets op. Tegelijk schuiven de grote energiebedrijven kapitaal weer richting olie- en gasprojecten met sneller rendement. Op hun balansen ogen de windverplichtingen daardoor nog zwaarder.

Wie betaalt de terugtocht

Duitse stroomverbruikers zijn de eerste verliezers. De regering had 90% van de veilingopbrengsten gereserveerd om nettarieven en stroomprijzen te drukken, zodat huishoudens na de energiecrisis van 2022 lagere rekeningen zouden houden. Als TotalEnergies zijn teruggaaf krijgt, verdwijnt meer dan € 7 miljard uit die pot.

De grotere prijs is vertraging. Onder verwijzing naar een door henzelf bestelde Fraunhofer-studie willen de bedrijven de Duitse offshoredoelstelling van 70 GW met 16 jaar opschuiven, van 2041 naar 2057. Elders tekent zich hetzelfde patroon af. Nederland haalt zijn doel van 21 GW in 2031 niet. Bij de Deense veiling van december 2024 kwam geen enkel kwalificerend bod binnen. De Britse Allocation Round 5 leverde in 2023 helemaal geen biedingen voor offshorewind op.

Regeringen komen nu allemaal uit bij dezelfde reparatie: Contracts for Difference, of CfD's, waarbij de staat gedurende 20 jaar een minimumprijs voor elektriciteit garandeert. Daalt de marktprijs onder die bodem, dan past de overheid het verschil bij. Duitsland richt zijn veilingen vanaf 2027 opnieuw in rond CfD's. Denemarken kreeg € 5 miljard aan door de EU goedgekeurde staatssteun voor een nieuwe CfD-regeling. Groot-Brittannië verhoogde na de mislukking van 2023 de gegarandeerde prijs en zag in Allocation Round 7 8,4 GW gegund worden.

De eigen lobbyorganisatie van de sector heeft negative bidding inmiddels "dood" verklaard. Staatssteun is terug, na een experiment van drie jaar om zonder te kunnen. De vraag die "subsidievrij" had moeten beantwoorden, ligt dus nog steeds op tafel: hoeveel publiek geld mag naar private energiebedrijven gaan, onder welke voorwaarden, en valt de tijd die verloren ging in de zoektocht naar een goedkopere route nog in te halen?

How was this article?

Help us get better

Details about this article
Model:
claude-opus-4-6
Generated:
5/20/2026, 4:27:45 AM
Pipeline run:
eu_pipeline_20260520_015005
Watermark:
SynthID (Google's invisible watermark)
Human review:
None before publication
Learn more about our methodology