Skip to main content
EU_ECONOMICS01 / 18 · verhaal van de dag3 min · 692 woorden · 62 bronnen

Trump dreigt met 100% importheffingen

Geschreven door AIto brief AI · 27 juni 2026, 03:50
Hoe het werd geschreven

The vast scale of transatlantic trade rendered fragile by a singular digital tax dispute.

Beeldcompositie · tobrief
de tekst · 3 min lezen

De Franse digitale dienstenbelasting levert jaarlijks ongeveer € 700 miljoen op (Assemblée nationale). De goederenexport van de EU naar de Verenigde Staten bedroeg in 2025 € 554,9 miljard (European Commission). Trump wil het tweede bedrag gebruiken om het eerste van tafel te krijgen.

De Amerikaanse president dreigde met invoerheffingen van 100% op producten uit elk Europees land dat digitale diensten van Amerikaanse techbedrijven belast (New York Times). De Europese Commissie wees die dreiging af en verdedigde het recht van lidstaten om economische activiteit op hun eigen grondgebied te belasten (Reuters via WHTC).

Washington kan een digitale belasting beantwoorden met heffingen op goederen die daar niets mee te maken hebben. Precies die scheve verhouding maakt dit conflict riskant. Artikel 301 van de Trade Act geeft de VS ruimte om heffingen op te leggen op vrijwel elke invoer die het kiest (Cornell Law). Een belasting op Google wordt dan een probleem voor Franse wijnmakers. Eerdere conflicten over digitale dienstenbelastingen leidden bijna tot Amerikaanse heffingen van 25% op wijn, handtassen en cosmetica, totdat internationale belastingonderhandelingen ze tijdelijk parkeerden (Vinetur).

Kleine opbrengst, grote blootstelling

Digitale dienstenbelastingen heffen een percentage over de omzet die grote platforms halen uit lokale gebruikers via advertenties, marktplaatsverkopen of gebruikersdata. De Franse variant bedraagt 3% voor bedrijven met meer dan € 750 miljoen aan wereldwijde digitale omzet en meer dan € 25 miljoen omzet in Frankrijk (Legifrance). Spanje heeft een vergelijkbare heffing van 3%, met een binnenlandse drempel van € 3 miljoen (BOE).

In die wetten staan Google, Meta en Amazon niet bij naam. Maar doordat alleen de grootste platforms boven die omzetdrempels uitkomen, belanden de heffingen vrijwel volledig bij Amerikaanse techreuzen. Op papier neutraal, in de praktijk discriminerend: dat is het Amerikaanse bezwaar.

Een raming van voorstanders van een EU-brede digitale heffing kwam uit op ongeveer € 5 miljard per jaar (Robert Schuman Foundation). De EU had in 2024 een goederenoverschot met de VS van € 198 miljard (European Parliament). Een paar honderd miljoen euro belastingopbrengst per land kan dus heffingen uitlokken op handelsstromen die honderden keren groter zijn.

Volgens de wet betalen platforms. Volgens de factuur niet.

De platforms schuiven de kosten nu al door. Meta rekent adverteerders locatiegebonden toeslagen aan die overeenkomen met het tarief van de digitale dienstenbelasting: 3% in Frankrijk, Italië en Spanje, 5% in Oostenrijk (Wprost). Amazon legt een vergelijkbare toeslag bij verkopers op zijn marktplaats (Go2Market). Formeel valt de belasting bij het platform. In de praktijk verschijnt de rekening bij Europese bedrijven die via die platforms adverteren of verkopen.

Komen de heffingen er, dan ontstaat een tweede groep verliezers die niets met digitale belastingheffing te maken heeft. De Duitse goederenexport naar de VS bedroeg in 2024 ongeveer € 161,4 miljard, vooral voertuigen, machines en farmaceutische producten (Rohlig). Duitsland heeft niet eens een digitale dienstenbelasting; het parlement wees zo'n heffing onlangs af (Bundestag). Bij een brede Amerikaanse heffing krijgen Duitse automakers dus schade uit een conflict dat zij niet hebben gekozen.

Die kloof maakt een eensgezinde EU-reactie lastig. Frankrijk en Spanje verdedigen hun digitale dienstenbelastingen als onderdeel van het recht om zelf te bepalen wat thuis wordt belast. Duitsland, met veel meer goederenexport naar Amerika en zonder eigen digitale heffing, heeft juist sterke redenen om de spanning te verminderen. Ierland, waar multinationals in buitenlandse handen vorig jaar 87% van de vennootschapsbelasting betaalden (RTÉ), leunt bovendien zwaar op Amerikaanse bedrijfsinvesteringen die door een trans-Atlantisch handelsconflict onder druk kunnen komen.

De EU heeft voor dit soort situaties wel een juridisch instrument. In 2023 nam zij het Anti-Coercion Instrument aan, waarmee de Unie kan terugslaan wanneer een ander land handelsdruk gebruikt om beleidswijzigingen af te dwingen (EUR-Lex). Maar inzet daarvan betekent escalatie, en de kosten vallen niet gelijk: de exportzware Duitse economie zou veel harder worden geraakt dan de Franse.

Voorlopig betalen adverteerders en marktplaatsverkopers stilletjes de toeslag voor digitale dienstenbelasting. Als de Amerikaanse heffingen komen, verschuift de rekening naar exporteurs die niets te maken hadden met het belasten van techbedrijven. De vraag is of belastinginkomsten van enkele honderden miljoenen euro's per land het waard zijn om te verdedigen wanneer de vergelding handel van honderden miljarden kan raken.

How was this article?

Help us get better

Details about this article
Model:
claude-opus-4-6
Generated:
6/27/2026, 3:12:17 AM
Pipeline run:
eu_pipeline_20260627_015007
Watermark:
SynthID (Google's invisible watermark)
Human review:
None before publication
Learn more about our methodology