Skip to main content
EU_ECONOMICS05 / 18 · verhaal van de dag3 min · 551 woorden · 36 bronnen

Wallonië zet CETA door, Frankrijk blokkeert

Geschreven door AIto brief AI · 18 juni 2026, 03:50
Hoe het werd geschreven

A legal architecture of paper must hold the immense weight of global commerce.

Beeldcompositie · tobrief
de tekst · 3 min lezen

In Namen, de hoofdstad van het Franstalige Wallonië, stemde het regionale parlement op 18 juni voor ratificatie van CETA, het handelsakkoord tussen de EU en Canada. Diezelfde volksvertegenwoordiging, goed voor ongeveer 3,6 miljoen inwoners, hield het akkoord in 2016 nog tegen. Een regionale stemming werd toen kortstondig een wereldsymbool voor democratische wrijving. Het constitutionele probleem is sindsdien niet verdwenen: Brussel kan jaren onderhandelen over brede handelsakkoorden, maar één regionaal parlement kan de machine stilzetten.

Het akkoord dat al werkt

Het Waalse ja opent de handel met Canada niet ineens. Het grootste deel van CETA wordt al voorlopig toegepast sinds september 2017. Het akkoord gaat over goederentarieven, overheidsaanbestedingen, diensten en samenwerking tussen toezichthouders (EUR-Lex). Bedrijven gebruiken deze handelsregels dus al bijna negen jaar. De Europese Commissie beschrijft het akkoord dan ook als grotendeels operationeel.

Wat vastzit, is het Investment Court System: een voorgesteld tribunaal waar buitenlandse investeerders overheidsbesluiten kunnen aanvechten op basis van het verdrag. Die bepalingen moeten door elke lidstaat afzonderlijk worden geratificeerd, omdat CETA een "gemengd akkoord" is. Sommige bevoegdheden liggen uitsluitend in Brussel, zoals het vaststellen van tarieven. Investeringsrecht blijft bij de nationale hoofdsteden. Het Hof van Justitie van de EU bevestigde die verdeling en oordeelde later ook dat het tribunaal verenigbaar is met EU-recht. Juridisch kan het dus. Politiek is daarmee weinig opgelost.

Het commerciële deel draait. De juridische constructie voor investeerdersbescherming wacht nog steeds.

Wie profiteert, wie op de rem trapt

Exportgerichte economieën zien handelsakkoorden als bescherming van werkgelegenheid. Ongeveer een derde van de Nederlandse banen hangt samen met export, goed voor € 375,9 miljard in 2023, volgens de Rijksoverheid. Voor Nederland, Ierland, Denemarken en Zweden zijn akkoorden als CETA geen abstracte diplomatie. Ze beschermen banen. Het Duitse ifo Institute schatte dat CETA de Duitse export naar Canada zou kunnen verdrievoudigen en het reële inkomen per hoofd met 0,19% zou verhogen (consulting.de).

Vanuit Warschau of Wenen ziet hetzelfde verdrag er anders uit. In Polen draait het debat om de vraag of goedkopere import binnenlandse boeren onder druk zet, en of vrijwaringsclausules hen werkelijk beschermen (Top Agrar Polska). In Oostenrijkse en Italiaanse berichtgeving ligt de nadruk op voedselnormen en genetisch gemodificeerde organismen (Attac Austria, Adnkronos). De politieke vraag is dan wie aan de noodrem mag trekken zodra lokale boeren schade voelen.

Frankrijk is nu het echte knelpunt

De Waalse stemming beëindigt de vertraging niet. De Franse Senaat wees ratificatie in maart 2024 af, hoewel de Franse Constitutionele Raad het verdrag al in 2017 aanvaardbaar had verklaard. Het Franse verzet draait om landbouw, voedselveiligheidsregels en soevereiniteit. Zoals Vie publique, een Franse overheidsuitleg, het samenvat: het grootste deel van CETA geldt al, maar de investeringsbepalingen hebben nog parlementaire goedkeuring nodig. Die heeft Parijs niet gegeven.

Duitsland ratificeerde in 2022, maar pas nadat het Bundesverfassungsgericht had geëist dat de voorlopige toepassing teruggedraaid kon worden. Zelfs regeringen die vóór vrijhandel zijn, wilden dus een uitgang.

De grotere vraag blijft wie eigenlijk heeft geprofiteerd van negen jaar voorlopige toepassing. De totale handelsvolumes zijn gestegen. Maar hielpen CETA’s tariefvoordelen vooral grote exporteurs of ook kleinere bedrijven? Kwamen industrieregio’s sterker uit de bus dan perifere regio’s? Dat bewijs is er nauwelijks. Intussen blijft de structurele spanning bestaan. De EU ontwerpt handelsakkoorden die steeds verder reiken dan tarieven alleen, tot in investeringsrecht en reguleringsnormen. Hoe verder zulke akkoorden reiken, hoe vaker nationale parlementen een stem eisen. Het late Waalse ja verandert dat niet. Bij elk ambitieus akkoord dat Brussel probeert te sluiten, komt dezelfde kwestie terug.

How was this article?

Help us get better

Details about this article
Model:
claude-opus-4-6
Generated:
6/18/2026, 3:14:27 AM
Pipeline run:
eu_pipeline_20260618_015006
Watermark:
SynthID (Google's invisible watermark)
Human review:
None before publication
Learn more about our methodology