Wallonië beëindigt CETA-blokkade na 10 jaar

The weight of trans-Atlantic trade remains tethered to a single legislative floor in Namur.
Beeldcompositie · tobriefHet parlement van de Federatie Wallonië-Brussel, de Franstalige gemeenschap in België, stemde op 24 juni 2026 in met CETA, het handelsverdrag tussen de EU en Canada dat het bijna tien jaar geleden zelf hielp blokkeren. Dat een deelstaatparlement een akkoord tussen vrijwel heel Europa en Canada kan ophouden, is geen Belgische curiositeit. Zo werkt het Europese verdragsrecht nu eenmaal. Het laat vooral zien hoe ver de economische werkelijkheid al vooruitloopt op de democratische instemming die formeel nog moet volgen.
Een akkoord dat werkt voordat het af is
CETA, voluit de Comprehensive Economic and Trade Agreement, schrapt invoerrechten op bijna alle goederen tussen de EU en Canada, opent Canadese overheidsopdrachten voor Europese bedrijven en verlaagt drempels voor diensten en investeringen (Europese Commissie). Het grootste deel van het akkoord wordt sinds september 2017 voorlopig toegepast. Bedrijven maken er dus al gebruik van. Ook de gezamenlijke verdragscommissies draaien gewoon door; Canada plande voor 23 en 24 juni 2026 nog een zitting van het CETA-comité voor financiële diensten in Brussel.
Wat ontbreekt dan nog? Het Investment Court System, meestal ICS genoemd. Dat is een verdragsrechtbank waar buitenlandse investeerders schadevergoeding kunnen eisen als een overheid de investeringsbescherming uit CETA schendt. Het komt neer op een aparte route voor grensoverschrijdende bedrijven, naast de gewone nationale rechter.
Het ICS is bewust buiten de voorlopige toepassing gehouden, omdat niet alleen de EU maar ook de lidstaten over dit deel van het verdrag gaan. Om het systeem te laten ingaan, moet elke EU-lidstaat ratificeren. In België betekent dat niet één stemming. De Belgische grondwet verdeelt de verdragsbevoegdheid over de federale staat, drie gewesten en drie gemeenschappen, elk met een eigen parlement. CETA geldt als een "gemengd akkoord", omdat het zowel Europese als nationale bevoegdheden raakt. België kan het verdrag daarom niet met één federale stemming afronden. Elk betrokken deelstaatparlement moet instemmen.
Wie wint, wie verliest
Die constitutionele machine zou een voetnoot zijn als niemand bezwaar maakte. Maar het Waalse parlement verhinderde in oktober 2016 zelfs tijdelijk dat de EU CETA kon ondertekenen. De breuklijn achter dat verzet is overigens niet verdwenen.
De Belgische werkgeversorganisatie AKT stelde dat bedrijven al jaren wachten op juridische zekerheid. Exporteurs, logistieke ondernemingen en bedrijven die groot genoeg zijn om mee te dingen naar Canadese overheidsopdrachten profiteren van minder handelswrijving. Aan de andere kant riep de Belgische landbouworganisatie FUGEA parlementsleden op CETA te verwerpen. Volgens FUGEA zetten Canadees rund- en varkensvlees via tariefcontingenten, dus vaste volumes die tegen lagere tarieven binnen mogen, veehouders onder oneerlijke druk. Hun marges zijn immers klein.
Beide klachten raken aan iets reëels. Lagere tarieven en toegang tot aanbestedingen leveren nu al voordeel op voor bedrijven die daarvan gebruik kunnen maken. Maar de volledige investeringsbescherming, juist het deel dat boeren en critici van soevereiniteitsverlies het meest wantrouwen, hangt nog altijd af van parlementen die misschien nooit allemaal ja zeggen.
België is niet de enige flessenhals
Hetzelfde patroon keert in heel Europa terug, zij het telkens in een andere constitutionele vorm. De Franse Constitutionele Raad keurde CETA in 2017 goed, maar de Franse Senaat verwierp de ratificatie in maart 2024, vooral door bezwaren uit de landbouw en zorgen over soevereiniteit. In Nederland stemde de Tweede Kamer in met CETA, maar de Eerste Kamer heeft het proces nog niet afgerond. In Ierland spande een Europarlementariër van Sinn Féin een zaak aan tegen de regering over wetgeving die ratificatie mogelijk moet maken.
Het Hof van Justitie van de EU heeft geoordeeld dat het ICS verenigbaar is met het EU-recht. Juridisch mag het systeem dus. Daarmee is de politieke klacht niet weggenomen: buitenlandse investeerders krijgen een rechtsgang die lokale bedrijven en burgers niet hebben.
Een publieke EU-tracker die precies bevestigt hoeveel lidstaten CETA per juni 2026 volledig hebben geratificeerd, is er niet. Voor de Franse afwijzing in de Senaat ligt geen duidelijke oplossing klaar. De Nederlandse en Ierse procedures lopen nog. Ook binnen België kunnen na de stemming van deze week nog extra parlementaire stappen nodig zijn.
De EU kan handelsverdragen sluiten en het grootste deel daarvan jarenlang voorlopig toepassen. Invoerrechten dalen, aanbestedingen gaan open, diensten bewegen vrijer. Maar de meest omstreden juridische bescherming, de route waarmee buitenlandse investeerders nationale rechters kunnen omzeilen, blijft afhankelijk van tientallen parlementen in 27 landen. Bedrijven handelen vandaag al onder CETA. Of zij ooit het volledige verdrag krijgen, kan geen enkel parlement alleen beslissen en ook geen enkel parlement alleen oplossen.
How was this article?
Help us get better
Help us get better
Details about this article
- Model:
- claude-opus-4-6
- Generated:
- 6/25/2026, 3:15:24 AM
- Pipeline run:
- eu_pipeline_20260625_015006
- Watermark:
- SynthID (Google's invisible watermark)
- Human review:
- None before publication